Henk Spaan: De boeren

Mijn buurman in Frankrijk heeft vijftien koeien en een stier. De kalveren die de koeien werpen zijn voor Parijse slagers. Niet dat ze meer geld opleveren omdat ze door de moeder in alle vrijheid worden gezoogd, de kiloprijs van de koeienindustrie geldt ook het biologische kalfsvlees. Dat de groothandel daar wel bij vaart is het lot van de boer.

Henk Spaan: ‘Dekking zoeken onder de skatebaan’

‘De garage onder het plein voor ons flatgebouw keurde ik af: geen geschikte schuilkelder. Er mag niet eens een ziekenauto over het plein heen rijden. Veel te grote kans op instorting. Dat is het nieuwe bouwen. Vederlicht materiaal gebruiken ze zonder draagkracht, een mooie metafoor voor ons landsbestuur.’

Marcel van Roosmalen: Sleutelbos

‘In café De Avonden aan de Middenweg was het meteen weer business as usual. Er waren er een paar weggevallen, maar je zou kunnen zeggen dat Betondorp er weer klaar voor was. Stil eerbetoon aan ex-directeur Marc Overmars van Ajax: aan de sleutelbossen van de barkeepers hingen grote houten dildo’s.’

Versoepelingen

Marcel van Roosmalen worstelt zich door quarantaines.
‘Via zoom sprak mijn dochter (6) met haar klasgenootjes. 
Niemand was ziek.
Een van de kinderen had een vader in Amsterdam zitten. Ze vroeg of het daar erger is.’

Henk Spaan: ‘Mooiste cadeau ooit’

‘Als de cadeaus kwamen, werd het meteen gezellig. Blijf maar eens chagrijnen met een paar nieuwe hoge noren in een doos waarop Viking stond. Later zou het een slecht cadeau blijken, die schaatsen, want ik had ‘zwakke enkels’ en kreeg de ijzers niet verticaal onder mijn voeten. Dat je met hoge noren op het ijs kunt verlangen naar Friese doorlopers, begrijpt alleen iemand met zwakke enkels.’

Marcel van Roosmalen: ‘IJswinkel’

‘Toen ik met twee kinderen in Amsterdam was stelde ik voor om naar de Kalverstraat te gaan voor heerlijk vanille-ijs. Twee keer op en neer gelopen, geen ijswinkeltje gevonden. 
Later kwamen we elkaar tegen bij de opticien, de opticien in Wormer is overigens beter dan veel opticiens in Amsterdam.’

Henk Spaan: ‘Godfried Bomans en Zwarte Piet’

‘Ik stond voor de klerenkast van mijn vrouw. In mijn ene hand de telefoon, in mijn andere een zaklantaarn. Ik was in Amsterdam, zij in Frankrijk. Ik moest in haar opdracht kleding uitzoeken en meenemen, geschikt voor de zomer. (Pas later zou de zinloosheid duidelijk worden. De zomer is uitgebleven.) 
‘Die witte rok met blauwe stippen,’ zei ze.
‘Wacht even, ik leg de telefoon neer,’ zei ik en ging met mijn hand door een stapeltje rokken.’

Marcel van Roosmalen: Gezellig

‘Achteraf kreeg ik mijn gelijk. 
‘Het was helemaal niet gezellig,’ appte een ‘vriend’. Hij had twee uur schouder aan schouder zonder mondkap in café Pleinzicht gestaan en mocht daarna niet zonder mondkap de tram in.’

Henk Spaan: ‘Toetsenbordridder’

‘Martin Bosma, een pleitbezorger van het Afrikaans, de taal van Paul Kruger die een Hollandse held was in een tijd dat aan Hollandse helden weinig eisen werden gesteld op het gebied van medemenselijkheid, wil dat de Tweede Kamer alle banden met Amsterdam verbreekt.’