Column

Henk Spaan: ‘Enigszins gedeukt’

Deze week liep ik door een landelijk gebied in Overijssel. Het wegdek was egaal, van gaten gespeend. Het gras was er wellustig groen, de luiken, deuren en sponningen van de boerderijen stonden strak in de verf. Er reed af en toe een auto langs die nog lang niet aan inruilen toe was. Het kasteel in de verte werd langzaam zichtbaar. Het rentmeestershuis stond al evenzeer te blinken als de pachtboerderijen op het land. Het was een verbazingwekkend welvaren om me heen, iets wat je bij ons in de stad niet eens ziet in Zuid, waar menig vensterbank een verfje goed kan gebruiken. In Overijssel stonden volle blikken Farrow & Ball van de hoogste kwaliteit te wachten op peperdure nieuwe kwasten voor de zoveelste voortijdige verfbeurt. 
Het kasteel was een pleisterplaats voor rustende wandelaars. Op en rond het erf waren een stuk of vijf tuinmannen druk doende het gras en het grind bladvrij te houden. Ook hier sloeg de welvaart je meedogenloos in het gezicht. Hier, pak aan, Amsterdammer met je minachting voor het platteland. Hier zijn wij de baas, de boeren, Van der Plas en de geest van Wilders en Bosma en Joeri Pool, tot voor kort statenlid van Overijssel en nu verkozen in de Tweede Kamer. Hij werd bekend met een PVV-filmpje waarin een roetveeg-Piet wordt ontvoerd om te worden zwart geschminkt.
Joeri zei bijvoorbeeld in de Provinciale Staten op 12 december 2022 dit:
“Hoe lang kunnen asielzoekers onze winkels nog straffeloos plunderen of ons ov-personeel straffeloos molesteren of in elkaar slaan. Hoe lang nog worden onze vrouwen en dochters op straat lastiggevallen, aangerand of verkracht door buitenlands tuig.”
Gelukkig snoerde de commissaris van de Koningin in Overijssel hem toen de mond. Er wonen heus wel fatsoenlijke mensen in Overijssel, niet alleen maar racisten. En echt niet alle mensen die in Amsterdam op de PvdA hebben gestemd, zijn geen racist zoals Joeri.
Wel was hij beleidsmedewerker van de Amsterdammer Bosma die in zijn eigen stad een schamele 1700 stemmen kreeg. 
Daarom was ik blij terug te keren en op de A10 afslag 114 te nemen naar een wijk waar de vensterbanken en sponningen lang niet allemaal keurig in de verf zitten en menig auto enigszins gedeukt in de rondte gaat, zoals de mensen zelf.