Nieuws

Kjeld de Ruyter is gelukkig in het water, de hele winter door: ‘Als je eruit komt, voel je je geweldig’

Je ziet hem steeds vaker door het oostelijke buitenwater glijden. Een hoofd, bril, maaiende armen en een knaloranje boei: de openwaterzwemmer Kjeld de Ruyter. Een keer of zes per week, in de vroege ochtend, weer of geen weer, zomer én winter, binnen en buiten. “In het water ben ik gelukkig.” Zo gelukkig, dat hij nu met zwemmaat Jim Jansen een boek maakt over deze passie. Zwemmersgeluk is een mix van wetenschap, mooie zwemplekken en prominenten. 

De Ruyter is opgegroeid bij zee, in Heemskerk. “Een prachtige omgeving, maar ik had het daar al gauw gezien en ben naar Amsterdam vertrokken.” 

Hoe ben je in het open water terechtgekomen? 
“Ik werd stijf. Mijn vak van vormgever is heel leuk, maar killing voor je rug. Je zit de hele tijd op een scherm te turen of gebogen over een boek. Een jaar of tien terug ben ik baantjes gaan trekken in Sportfondsenbad Oost. Echt zwemmen kon ik niet, het was meer ploeteren met schoolslag en polocrawl. Na een cursus borstcrawl viel het kwartje. Ik ben toen het open water gaan verkennen en kwam terecht in het Nieuwe Diep bij het Flevopark. Daar zwem ik nu de meeste van mijn rondjes. Geen keerpunt, eindeloos rechtdoor en af en toe een bocht. Het is daar iedere ochtend weer anders. Als de zon ’s ochtends opkomt achter de dijk en de karpers onder me vandaan schieten geeft dat een heerlijk gevoel van vrijheid.”

“Ik zwem ook bij strand IJburg, waar ik als lifeguard werk voor de Amsterdamse Reddingsbrigade. En op het IJ bij Java-eiland. Daar moet je wel opletten als er ineens een aak vertrekt. In de zomer zwem ik in het mooiste bad van de stad, het Flevoparkbad. Dat zou net als het De Mirandabad ook in de winter open moeten zijn. Wat een topsfeertje was het daar afgelopen winter, met al die zwemmers uit heel Nederland in het buitenbad. Een geweldige manier om de coronaperiode door te komen. Op de Amstel zal je me niet vinden, het is daar te druk met plezierboten en achteruit varende roeiers.” 

Je zwemt ook in de winter? 
“Ja, alleen wel een stuk korter. Ik houd ongeveer twee tot drie keer de watertemperatuur aan. Als het water 5 graden is, zwem ik een minuut of tien. Ik heb geen horloge om, ik houd mijn pink in de gaten. Als die gevoelloos wordt, ga ik eruit. Als je in het water gaat worden er als het ware duizenden naalden in je gestoken. Daarna voel je het kacheltje aangaan. Heerlijk, een warm lijf in ijskoud water. Als je eruit komt, voel je je geweldig.” 

Je doet nu de fotografie en vormgeving van het boek Zwemmersgeluk
“Wetenschapsjournalist Jim Jansen, die ook bijna iedere dag in het Nieuwe Diep zwemt, kwam met het idee om een boek te maken over het plezier van zwemmen. We zijn het hele land doorgetrokken, op zoek naar de tien mooiste zwemlocaties. Van Den Helder tot Maastricht, en natuurlijk Amsterdam. Tien topwetenschappers hebben we de oren van het hoofd gevraagd over zaken als zwemtechniek, conditie, voeding, maar ook over het overwinnen van zwemangst. En we zwemmen met tien prominenten op hun favoriete plekje, zoals het Amsterdamse zwemicoon Enith Brigitha en Huub van der Lubbe van De Dijk. Huub vat het zwemmersgeluk mooi samen: ‘Elke morgen dat ik in het IJ zwem, heb ik een voorsprong op de dag.’ Het boek verschijnt rond de jaarwisseling.” 

Door Peter de Jong

Foto: Kjeld (midden) bij het Nieuwe Diep in het Flevopark.