Squla

Een vraag die vaders als ik regelmatig aan hun kinderen stellen is: hoe was het op school. Aan de luie, lome, lijzige antwoorden ben ik gewend geraakt: ‘o wel leuk’, ‘best wel leuk’, ‘gewoon wel leuk’, ‘mag ik snoep’. Maar sinds mijn dochter is bevorderd naar groep zes (klas vier, denk ik dan altijd, het begin van de wonderjaren) heeft ze het telkens over ‘werk’. Wat heb je vandaag gedaan op school? ‘Hard gewerkt’. ‘Veel werk gedaan’. ‘Mijn werk was af en toen kreeg ik nog meer werk’.
Huiswerk krijgt ze ook. Dan zit ik na het eten met mijn dochter sommen te maken en kijk ik naar haar samengeknepen ogen terwijl ze me aftroeft want het is niet eenvoudig allemaal – probeer zelf maar eens zonder naar de rekenmachine te grijpen 153:17.
Negen jaar is mijn dochter. Net uit de luiers. Voor de kerstvakantie kreeg ze een pakketje mee om de tafels van vermenigvuldiging te oefenen. Dat moet beter, want anders gaat het mis bij de breuken.
Is het erg dat mijn hart overslaat als ik mijn dochter van negen hoor zeggen dat ze moet werken?
Misschien ben ik een softe vader, een kind van de jaren zeventig dat zich zijn lagereschooljaren herinnert als een huiswerkloze wondertijd. De klauwen van de maatschappij waren ver weg toen, al doemden ze ergens vaag op aan de horizon in de vorm van een boswachter die vriendelijk vroeg of je niet in een boom wilde klimmen. Leerplichtambtenaren heb ik nooit gezien – nu staan ze ’s ochtends bij de schooldeur gele kaarten uit te delen aan ouders die alweer te laat komen, opgejaagd door alles wat er van ze wordt verwacht.
In het kielzog van die gedachten hoor ik op het schoolplein regelmatig het woord ‘Squla’ vallen. Ik dacht dat het ging over een nieuwe designlijn van Ikea, maar het blijkt een website waar je kinderen hun schoolprestaties kunt laten opvoeren. ‘Spelenderwijs’ natuurlijk, met geinige tekeningen van grappige dieren en met lollige melodietjes – maar stiekem is het bloedserieus. Ouders kunnen in grafieken en rapporten exact de voortgang van hun kind volgen, en ingrijpen waar nodig. Keiharde business dus in een nieuwe markt van verontruste vaders en moeder, die allemaal bang zijn dat de resultaten van de Cito-toetsen tegenvallen, met alle gevolgen voor de toekomst van dien.
Als een jong kind zes uur per dag naar school gaat, vijf dagen per week, waarom zou het dan thuis nog moeten oefenen?
En waarom heeft de commerciële Cito-organisatie 600 vragen geleverd aan het commerciële Squla, om dat oefenen te stimuleren?
Dat vroeg ik me ineens af.
Het heilige Cito heeft het beste voor met kinderen, geen twijfel, maar het heeft ook ongewild de manier bepaald waarop wij onze kinderen bekijken: als leermachines. Meer dan ooit gaat het om scoren, op de basisschool. De Cito-toets en de Entreetoets in groep 7 bepalen of een kind goed genoeg is voor een goede middelbare school – daar is niets op tegen, behalve als ouders in de jacht op een mooie school voor hun kinderen rare dingen gaan doen, zoals elke avond huiswerk maken of een abonnement op Squla nemen, à tien euro per maand per kind.
Kinderen zijn geen leermachines. Trainen voor hoge Cito-scores is een belediging van de onderwijzers, en van de kinderen die thuis geen tijgerouders hebben. Ik hoorde het verhaal van een moeder die met haar kind zoveel had geoefend dat ze een vlekkeloze Cito-toets had gemaakt. Dat kind mocht naar het vwo, en faalde daar dramatisch.
Gisteravond ging mijn dochter naar boven en zei: ‘Ik ga even op mijn kamer werken.’
Ik wachtte even en ging haar achterna naar haar roze meisjeskamer, deed de deur open en zag haar geknield zitten op de grond. Voor haar had ze twintig knuffeldieren neergezet, in een dubbele rij, de grote achter en de kleine voor.
Ik zei: ‘Wat doe je?’
Ze keek me aan en zei: ‘Schooltje spelen’.