Nieuws

Waar waren de ratten van Oost in augustus? ‘Mensen raken moe van het melden omdat ze geen resultaat zien’

Het kan natuurlijk zijn dat de ratten uit Oost vorige maand (ook) op vakantie waren. Terwijl de bestrijders van rattenoverlast in de rest van de stad aan het werk moesten, konden ze in dit stadsdeel thuisblijven. Met uitzondering van een gebiedje rond de Dappermarkt en in het Oostelijk Havengebied. 

Oost in augustus rattenvrij, dat zou raar zijn. In alle voorgaande maanden kwamen uit het stadsdeel toch vele tientallen meldingen van rattenoverlast, die door de bewoners aan de gemeente werden gedaan. De meldingen van de zogenoemde Rattenmonitor zijn afkomstig van “professionele plaagdierbeheersers”, de bedrijven die bewoners moeten bellen om van hun rattenoverlast af te komen. De professionals hebben niets gemeld, dat zal de verklaring zijn.

Wie door Oost loopt – in parken, langs door blikjesjagers leeggehaalde afvalbakken of gewoon op straat – kan zich ook moeilijk voorstellen dat het stadsdeel zo’n maagdelijke vlek is als de Rattenmonitor aangeeft. Zoals de gemeentelijke cijfers aangeven zijn de ratten er al jaren. En de soort heeft ook niet de neiging zomaar te verdwijnen, de cijfers in de tabel maken dit duidelijk. Dit jaar lijkt er in Oost een kleine daling van het aantal meldingen aanstaande. Maar voor de (mogelijk) lagere cijfers kan ook een andere verklaring zijn, die de Amsterdamse Ombudsman geeft in zijn jaarverslag: “mensen raken moe van het melden” omdat ze geen resultaat zien.

De laatste keer dat de ratten in de stadsdeelcommissie ter sprake kwamen was in juni, bij de bespreking van het Afvalplan Oost 2023. Slechts heel zijdelings. In het hele afvalplan komt het woord ratten niet voor. Dat kan het stadsdeelbestuur ook verklaren, want het stadsdeel en Stadsbeheer, de ambtelijke organisatie die over afval gaat, zijn niet als eerste verantwoordelijk voor de bestrijding van rattenoverlast. 

Rattenoverlast valt niet onder de verantwoordelijkheid van één cluster of directie. Deze logica wordt breed uitgemeten in het Afvalplan Oost en wordt omschreven en gezien als (zie plaatje) een “genetwerkt probleem”. Deze logica kwam ook terug in de opdracht van de programmamanager rattenoverlast die een jaar lang in de stad heeft rondgelopen. Doel was om de samenwerking tussen “betrokken partijen” in de stad te verbeteren en te komen tot een “zo sluitend mogelijke, duurzame en structurele gezamenlijke aanpak van rattenoverlast”. 

Afval en rattenoverlast tot een “genetwerkt probleem” verklaren maakt het oplossen van het probleem niet eenvoudiger. Want, zoals in het afvalplan staat, “een genetwerkt probleem heeft niet één eigenaar en daarmee ook niet één partij die de oplossing heeft. Je hebt dus ook niet één eigenaar van de oplossing.” Maar de ambtelijke organisatie is niet voor een gat te vangen, dus gaan ze een “routekaart” opstellen en “dilemma’s en verbeterpunten” duidelijk maken om de mogelijkheden voor samenwerking en “integrale afwegingen” te verbeteren zodat in het volgende plan “de stem van de bewoner” meer terug te vinden is. Ondertussen werken de ratten gestaag door aan de uitbouw van hun eigen netwerk.