Gevoelsmenskes

Haat en Liefde zaten weer eens op een stoepje lekker over het leven te praten. Haat en Liefde waren twee oude vrienden uit de Transvaalbuurt in Oost. Ze hielden ontzettend veel van elkaar maar tegelijkertijd hadden ze ook een hekel aan elkaar. Ouwe stempel mannen. Hielden niet van gedoe. Gingen overal te paard heen. Je kent hun soort wel. Zulke mannen hebben natuurlijk de sterkste verhalen waar niemand naar wil luisteren dus twee keer per jaar spreken de vrienden met elkaar af op het stoepje om leugens uit te wisselen.

“Twee lappenpoppen, slap en kotsend, het natte klotsend, ex-knakworsten, met wat mosterd, pap van vanochtend, op jas en sokken, het was een zooitje.”

Epische sagen en historische gebeurtenissen treffen elkander op deze strategische plek. Strategisch omdat het de stoep voor de kroeg is. Daar ben je het snelst als er gekotst moet worden. Haat en Liefde kunnen allebei niet zo goed tegen alcohol. Het maakt ze extreem. En natuurlijk die drang om mensen midden in de nacht op te bellen. Het zijn gevoelsmenskes.

“Negeer ze maar, niet praten met ze, geen zaken met ze, niks te maken met ze. Dat is de slechte kant van de familie, vol junks, dieven en homofilie.”

Haat en Liefde weten het soms zelf ook niet. Niemand neemt ze ooit serieus. Zij zijn de dorpsgekken in hun eigen milieu. Eigenlijk zijn ze een beetje sneu.

“Ik wil niet stoken, ook niks verpesten, maar deze twee horen in witte vesten, dat is het beste, vraag je ’t mij, heel veel pillen, pak slaag erbij.”

Maar dit weet ik allemaal niet helemaal zeker. Ik heb het ook maar gehoord van iemand.