Kleur

We kijken naar de intocht van de Sint in Gouda, mijn dochter, haar vriendje en ik.
‘Ik hoop wel dat de pieten terugkomen,’ zegt mijn dochter. ‘Nu moet Sinterklaas alles alleen doen met de hoofdpiet.’
‘Er zijn toch nieuwe pieten,’ zeg ik. ‘Opa Piet heeft ze geleerd hoe ze piet moeten worden.’
‘Dat zijn geen echte pieten. Dat zijn gewoon ménsen.’
‘Zijn pieten dan geen mensen?’
‘Nee, pieten zijn pieten.’
Ze is zichtbaar opgelucht als ze uiteindelijk toch nog opduiken.
‘Weet je dat er ook échte blauwe pieten zijn?’ merkt het vriendje op. ‘En paarse en groene en rode?’
‘Dat wist ik heus wel,’ zegt ze, ‘en gele en roze.’
Ze beginnen alle kleuren op te noemen die ze kennen.
‘Hoe weten jullie dat eigenlijk?’ vraag ik. ‘Ik zie ze niet. Jullie wel?’
We turen naar het scherm. We zien hier en daar een geel gevlekte piet. Maar meer ook niet.
‘Ja, ze zijn er nou toevallig even niet,’ zegt het vriendje dan, ‘maar ze bestáán wel.’
‘Ja, ze bestaan wel,’ zegt mijn dochter.
En ze kijken weer door.
Zo makkelijk is het, denk ik. Elke verhaallijn is omslachtig. Ze bestaan gewoon.