In de Jas

Gedwongen om beter te kijken

Webman, nachtfotograaf, vinex-filosoof en schrijver Jabik de Vries is geen onbekende op IJburg. Twee jaar geleden verscheen Wachtland, een verhalend foto-essay over IJburg-in-wording dat hij samen met Louis Stiller maakte. En nu verschijnt op 12 juni zijn debuutroman Alles Nieuw, een autobiografische roman over zijn gereformeerde jeugd in Friesland en de aftakeling van zijn dementerende moeder, mem. “Soms zwaar om te schrijven,” zegt De Vries.

Wanneer dacht je: ik schrijf een roman?
“Uitgeverij Kok, van huis uit een gereformeerde uitgeverij – ik ken de boeken nog uit mijn ouders boekenkast – was op zoek naar schrijvers van mijn generatie die op een andere manier over het geloof wilden schrijven. Zo kwamen ze via- via uit bij mij. Ik schreef af en toe voor mezelf scènes over mijn jeugd – ik kwam uit een goed georganiseerd, gereformeerd gezin – ik maakte weinig mee toen. Toch zijn er een aantal non-gebeurtenissen die zich steeds weer herhalen in mijn hoofd. Ik herinner me bijvoorbeeld een specifieke maandagochtend waarop er niets gebeurde. Het komt toch wel een keer in de maand voor dat ik daaraan denk. Waarom? Ik heb geen idee. Ik heb een setje van dat soort non-gebeurtenissen in mijn hoofd. Een ander voorbeeld dat ik in het boek aanhaal: mijn opa die aardappels schilt, die schil die steeds langer en langer wordt.”

Het valt op dat je dergelijke beelden ontzettend gedetailleerd beschrijft in je roman.
“Misschien word je wel gedwongen beter te kijken als er weinig gebeurt. Ik maak nu ook zelden iets mee, maar ik vind toch altijd dat er veel gebeurt. Van de week stond ik in de tuin en ik keek naar de Vrouwentroost, een plant met hele grote bladeren, waar altijd druppels op liggen. Ik zag dat er heel veel lieveheersbeestjes op die bladeren zaten. Wat een mooie zin, dacht ik: Lieveheersbeestjes op de Vrouwentroost. Ik ervaar dat dan als een gebeurtenis.”

In de roman gebeurt weinig. In de gesprekjes die je in de auto voert met je moeder zit veel herhaling.
“De gesprekken gingen steeds meer op elkaar lijken als gevolg van haar ziekte. Ze deed erg haar best om alles bij het gewone te houden. Ze bleef het huishouden bijvoorbeeld zo lang mogelijk op dezelfde manier doen: alles fris, alles schoon, alles hetzelfde.”

En Alles nieuw, want het decor van je verhaal, van je jeugd, is een nieuwbouwwijk?
“We zijn drie keer verhuisd en steeds opnieuw naar een nieuwbouwwijk. Zo bleef alles hetzelfde. De bomen waren overal even dik. Het heeft ook wel iets troostrijks. Heerlijk toch, zo’n verwachtingsvol decor. Ik doe nu weer precies hetzelfde op IJburg. Eerst woonden we op Haveneiland-West en drie jaar geleden verhuisden we naar de Jan Vrijmanstraat.”

Het hoofdpersonage in je roman, verhuist ook naar een vinexwijk. Hij vraagt op een gegeven moment aan zijn zoontje: “hoe vind je het hier?” “Saai”, antwoordt hij. Hoe beleef jij die saaiheid?
“Wat ik saai vind is die vanzelfsprekendheid van het grote geheel. We lijken te wachten tot het echt gaat beginnen. Ik vergelijk het met ademen. Op een gegeven moment blijft je adem hangen. Net zoals bij mijn moeder op haar sterfbed. We ademden tegelijkertijd in, maar zij ademde niet meer uit. En toen was het te laat om nog een belofte in te lossen. Het moment tussen in- en uitademen, dat vacuüm, daar draait het volgens mij om in het leven. Ik heb een mystiek universum opgebouwd met Alles nieuw. Alles staat met elkaar in verband. Op een gegeven moment kwam ik er bijvoorbeeld achter dat ik op dezelfde manier met mijn moeder sprak als met mijn zoontje. Ik werd haar vader. Alles is cyclisch.”

Hoe sta je nu, na de dood van je ouders, tegenover het geloof?
“Ik dacht altijd: de ultieme eenzaamheid zal niet bestaan. Ik was onthutst bij de dood van mijn moeder, omdat ik zag dat die alleenheid wel bestaat. Dat vind ik heel pijnlijk om te aanvaarden.” Het kost hem zichtbaar moeite, hij moet even slikken. “Op dit moment weet ik niks meer van het leven. Nu ben ik zelf vader en denk ik: wat moet ik aan mijn kinderen vertellen? Behalve dan dat die plant Vrouwentroost heet en dat er lieveheersbeestjes op zitten en dat het erg mooi klinkt als je dat uitspreekt in een zin. Opgroeien met een verhaal vond ik zelf warm en troostrijk. De worsteling is nog niet ten einde – ik schrijf ook over mijn twijfels en vragen in een gesprek met een pionierende pastor – en dat is dan weer erg Bijbels.”

Wat vind je van de jas?
“Zo’n jas had ik ook in de jaren ’80. Ik heb hem toen afgesneden, zodat het een kort punkjacky werd. Daar had ik erg veel spijt van. Ik als nette, sombere intellectueel, hoorde er niet uit te zien als een punker. Dat ik mijn oude jas nu weer aan mag, zie ik dus een beetje als een tweede kans,” lacht hij.

Paspoort
Naam: Jabik de Vries
Beroep: webman, nachtfotograaf, vinex-filosoof en schrijver
Geboren: 22 augustus 1963 in Drachten
Bekend als: nachtfotograaf en schrijver van Wachtland, een verhalend foto-essay over de totstandkoming van IJburg, initiator van GAS, een cultuurhuis op IJburg, Struinveld 50 en diverse websites.
Kijk op: www.jabik.nl

Lees ook, onder anderen, Ruben van der Meer, Maartje Wortel en Lebbis In de Jas.

De Vries had ooit zelf zo’n jas, maar knipte hem tot zijn spijt ‘punkie’ af