De Jas

Lebbis: “Echte humor willen mensen eigenlijk niet horen”

In de Jas: comedian Lebbis. De theatertour van zijn voorstelling Branding was een groot succes. Lebbis, oftewel Hans Sibbel, ontving afgelopen najaar de Poelifinario, een prijs voor de meest indrukwekkende theatervoorstelling van het seizoen. Nu rust hij uit in zijn woonark in het Flevopark – “mezelf bewust inhouden”, zoals hij het zelf noemt. Het kost hem moeite, want hij heeft ideeën te over.

Je ideeën ontstaan vaak tijdens het hardlopen?
“Godzijdank kan ik weer hardlopen. Anderhalf jaar geleden viel ik van mijn fiets. Ik had een hersenschudding. Daardoor kon ik niet rennen. De fysieke loopbeweging maakt op de een of andere manier creativiteit bij me los. Ik kan niet achter de computer gaan zitten en dan een voorstelling of column schrijven. Hardlopen helpt. Ik houd van lange rechte wegen, dan kunnen mijn gedachten alle kanten op gaan.”

Wat bedenk je zoal tijdens het rennen?
“Voor mijn afgelopen show heb ik bijvoorbeeld een humortechnisch probleem rondom Mauro opgelost tijdens het rennen. Ik dacht, iedereen doet natuurlijk iets met Mauro met het idee: het is verschrikkelijk dat we dat kind uitzetten. Ik wil verder gaan dan dat, dus ik bedenk tijdens het rennen alle mogelijke invalshoeken. Totdat ik ’m heb. Ik hoorde laatst een hele goede zin: Echte humor is iets wat mensen eigenlijk niet willen horen.”

Zoals de grap die je in Branding maakte over Mauro: stel nou eens dat wij mogen beslissen, Nederland wordt Europees Kampioen voetbal of Mauro moet eruit? Dan ga je toch denken ja… Angola vier uurtjes vliegen, hoe ver is het eigenlijk?
 “Precies! Dat is iets wat de mensen niet willen horen. Ik probeer iets te vertellen wat ze niet wisten. Overal hoor je hetzelfde.”

Wat zijn de grote clichés?
“Dat de treinen altijd te laat zijn.” Verontwaardigd: “Stop daarmee, met dat soort grappen! Bij de oudejaarsconference passeren bijvoorbeeld steeds dezelfde onderwerpen de revue. Als je wat ouder wordt, probeer je de diepere laag onder het onderwerp te pakken. Ik denk dan: zorg nou eens dat je de bodem raakt, dat je echt hebt nagedacht over een onderwerp. Ik heb de indruk dat veel cabaretiers te makkelijk denken: het scoort wel, het is oké. Gemakzucht.”

Is dat echt gemakzucht? Zelf heb je toch ook dat soort grappen gemaakt?
“Ja, maar ik heb ook altijd keihard gewerkt. Ik probeer me er niet makkelijk vanaf te maken. Leedvermaak vind ik ook heerlijk. Als iemand tegen een paal op loopt en hij gaat onderuit moet ik ook heel hard lachen. Maar ik gebruik dat niet in mijn voorstelling. Veel comedians – ik noem geen namen dat vind ik flauw – zijn zo inwisselbaar. Ze maken bijvoorbeeld weer een grap over hoe irritant reclames zijn. Dan denk ik: vertel nou iets wat pijn doet! We besteden honderden miljoenen om Coca-Cola of Pepsi door onze strot te duwen.
En dan doen we ook nog mee met een verkiezing om de reclamemakers te vertellen hoe ze ons het beste kunnen naaien! Als je dat laat zien, geef je het publiek iets om over na te denken.”

Je hebt niet zo’n hoge dunk van het publiek?
“Het publiek lacht om alles, de meeste mensen zijn kritiekloos.”

Ook jouw publiek?
“Nou ja, als ik soms hoor van welke cabaretiers ze nog meer houden. Anderzijds is mijn publiek heel gemêleerd. Ik hoop dat het bestaat uit mensen die wat meer verrast willen worden. Ze moeten nieuwsgierig zijn, in het leven staan. Ik hoop dat het slimme mensen zijn.

Maar soms – dat heb ik laatst meegemaakt bij een paar voorstellingen – lachen ze keihard om makkelijke grappen en om de andere gewoon niet. Dan raak ik wel geïrriteerd, dat neem ik ze kwalijk. Bijvoorbeeld zo’n man op de tweede rij. Zodra het over tietjes ging: keihard lachen.” Hij doet het voor. “Veel te hard natuurlijk. Dan denk ik: ik zal je krijgen vriend. Ik haal alle makkelijke grappen eruit, ik sla ze over.”

In het juryrapport van de Poelifinario word je geroemd om de hoge ‘grapdichtheid’ in je voorstellingen.
“Dat vind ik zo’n verschrikkelijk begrip. Natuurlijk, je speelt met de lach. Je hebt verschillende soorten: de lach die ontstaat door timing, door een vergissing, door afwisseling. Ik probeer er een ritme in aan te brengen. Een te hoge grapdichtheid kan ook een nadeel zijn, heb ik wel eens gemerkt. Na anderhalf uur zijn mensen doodvermoeid. Dan lachen ze nergens meer om.”

Moet je nu uitrusten om bij je volgende voorstelling weer kwaliteit te kunnen leveren?
“Dat denk ik wel. Mijn goede vriend regisseur Koos Terpstra doet zijn uiterste best om me aan de rust te houden. Ik wil nu bijvoorbeeld een boek schrijven over het ministerie van Geluk. Ik wil het experiment aangaan: is het mogelijk om een minister aan te stellen met het doel om mensen gelukkig te maken? Koos zegt dan: dat is gewoon junkengedrag wat je nu doet. Maar er gebeurt nu zoveel, ik heb daar zoveel gedachten over. Ik kan me bijna niet inhouden. Ik heb bewust geen nieuwe tour geboekt, dan heb ik ruimte voor nieuwe dingen. Als ik nu bijvoorbeeld word gevraagd voor een tv-programma kan ik ‘ja’ zeggen.”

Je draagt graag uitbundige kleding op het podium, wat vind je van de jas?
“Ik heb al eerder een lange leren jas aangehad bij een optreden met een band. In het dagelijks leven zou ik niet zo snel zo’n jas dragen. Of misschien over een jaar wel.” Lacht: “Weet ik veel.”

Paspoort
Naam: Hans Sibbel alias Lebbis
Beroep: comedian, cabaretier
Geboren: 1959
Bekend van: Lebbis en Jansen, de oudejaarsconference, solovoorstellingen zoals Branding en Dit was het nieuws.
Te zien: “Tot september sta ik nergens geprogrammeerd, maar waarschijnlijk sta ik in april, mei weer in Toomler.”

Door Dieuwertje Mertens

Comedian Lebbis bij de Nesciobrug, die hij prachtig vindt. “Heerlijk om over hard te lopen.”