Waar moeten de afvalcontainers en het grofvuil in Oost komen?

Inspraak heeft geen zin. In ieder geval niet als het om de plaatsing van (ondergrondse) afvalcontainers of glasbakken gaat. Bezwaar maken tegen de plek waar zo’n bak zou moeten komen loopt op niets uit. Die bak komt er, precies op de door de ambtenaren bedachte plek. Dit is in Oost zo, maar ook in andere stadsdelen.

In de afgelopen twaalf maanden heeft het dagelijks bestuur van stadsdeel Oost voor minstens negen plekken een besluit genomen over de plaatsing van een “afvalinzamellocatie”. Voorbeelden hiervan (besluit april 2026) zijn Willem Beukelsstraat, Ruyschstraat en Lumièrestraat.

Zo’n besluit neemt het bestuur niet zomaar. Ambtenaren zoeken eerst een plek uit, doen een voorstel aan het bestuur, het bestuur neemt een voorgenomen besluit, dat voorgenomen besluit wordt gepubliceerd, er worden bewonersbrieven gestuurd, bewoners mogen inspreken, de stadsdeelcommissie mag het agenderen, ambtenaren verzamelen de reacties en dan volgt een definitief besluit dat dan weer gepubliceerd wordt.

In meeste gevallen klimmen bewoners in de pen tegen het voorgenomen besluit. De aangedragen bezwaren zijn velerlei. Bewoners rondom de Willem Beukelsstraat 1 vonden de bedachte plek te dicht bij gebouwen staan, denken dat de plek lastig te bereiken is voor de vuilniswagen, denken dat de containers te klein zijn en vrezen voor zwerfafval en stank. Bewoners rondom Lumièrestraat 11 vrezen voor rondvliegende spullen omdat op de voorgestelde plek veel wind staat en voorzien stankoverlast en denken niet dat het tot minder ongedierte zal leiden.

Welke argumenten ook worden aangedragen, in alle gevallen komt de behandelend ambtenaar tot de conclusie dat het dagelijks bestuur het voorstel ongewijzigd kan vaststellen – en dat gebeurt dan ook. Heel gek is dat ook niet, want de ambtenaren volgen het “Stedelijk kader bepalen locaties inzamelvoorzieningen” en als een voorgenomen plek aan de eisen en richtlijnen van dit stedelijk kader voldoet moet een bewoner van heel goeden huize komen om deze plek te veranderen.

In één recent geval (Ruyschstraat 64) lijkt dit het geval. Daar luidt het ambtelijk advies “gewijzigd vaststellen”. Maar na de argumenten van de bewoner te hebben gewogen blijft de plek toch gelijk.

Niet altijd zijn de inspraakreacties negatief – dus is er ook geen reden tot aanpassing van de locatie. Eén bewoner van de Tugelaweg had eerder dit jaar de moeite genomen om te reageren op het voorstel voor de plaatsing van containers ter hoogte van nummer 32. De reactie: ik ben tevreden over het voorstel. Reactie van de behandelend ambtenaar: fijn om te horen! Conclusie: ongewijzigd vaststellen.

Inmiddels is het stadsdeel druk bezig om plekken in Oost aan te wijzen waar bewoners hun grof afval op straat neer kunnen zetten. Zo’n “aanbiedplek” bestaat uit een vierkant aangegeven met vijf witte tegels met in het midden een tegel met de tekst “grof afval”.

Op IJburg-Zuid zijn afgelopen maand de 134 reacties op alle 36 voorgestelde plekken beoordeeld. In 35 gevallen is de conclusie “ongewijzigd vaststellen”. Voor plek nummer 36, de Loet C. Barnstijnstraat 42, is het advies “gewijzigd vaststellen”. Het idee om de aanbiedplek iets verderop in de straat te maken vindt ambtelijk weerklank omdat anders een parkeerplek moet verdwijnen. “Dat doen we liever niet”, schrijft de ambtenaar in een toelichting – “alleen wanneer alle andere mogelijkheden zijn afgevinkt”. Daarbij verzucht de ambtenaar dat het voldoen aan alle regels, richtlijnen en wensen het vinden van een geschikte plek “zeer complex maakt”, zeker ook vanwege “de neiging van bijna elke bewoner zich te verzetten tegen een aanbiedlocatie nabij de woning”.