Nieuws

Schoolkeuze: onderwijskwaliteit of sociale status? ‘Nergens zo opgefokt als in Amsterdam’

Wie een kind heeft in groep 8 is rond deze tijd bezig met schoolbezoek, doorstroomtoets en dé loting. Nergens in Nederland is de keuze van een middelbare school zo opgefokt als in Amsterdam.

Mijn jongste zoon (11) zit in groep 8 en heeft zijn voorlopig advies. Onlangs begonnen de open dagen van middelbare scholen in Amsterdam. Het bracht ons binnen een week in twee verschillende werelden. De eerste is die van de categorale school die uitsluitend kinderen met een vwo-advies toelaat. Het imposante gebouw van de school kreeg een ongekende hoeveelheid ouders over de vloer. In de drommen voor elke proefles herkende ik een bekende presentator en muzikant. Daags later bezochten we in onze buitenwijk een minder geliefde middelbare school die verschillende niveaus aanbiedt. Het was er lekker rustig waardoor we alle tijd hadden met leraren kennis te maken en een proefles te krijgen.

Eenzijdige leerlingenpopulatie
Wie op de website Scholenopdekaart.nl kijkt, ziet een goede getalsmatige spreiding van middelbare scholen over de stadsdelen. Maar als je inzoomt stuit je op een ongelijk bubbeltjespatroon. Zo staan in de arme stadsdelen relatief veel vmbo’s terwijl Zuid koploper is in categorale gymnasia. In rijke stadsdelen zoals Centrum, en in toenemende mate West en Oost binnen de ring, is de conceptschool in opmars. Denk aan montessorionderwijs of vrijzinnige scholen met een sterke nadruk op cultuur en kunstzinnigheid. Van dit schoolprofiel is bekend dat het kinderen van praktisch opgeleide ouders niet aantrekt. Hierdoor bouwen deze instellingen – misschien per ongeluk – een eenzijdige leerlingenpopulatie op. Is dit de terugkeer van de hogere burgerschool? Natuurlijk zijn er uitzonderingen op die regel. Toch is het goed te beseffen dat van onderwijsconcept en schoolprofiel – en de manier waarop je die extern uitdraagt – een selecterende werking uitgaat.

Hitparade
Een leerling met havo- of vwo-advies moet tegenwoordig een lijst met negen scholen opgeven. Goed geïnformeerde kinderen van theoretisch opgeleide ouders willen naar dezelfde scholen die overwegend in Centrum en Zuid staan. Daar willen vrijwel alle kinderen uit die milieus naartoe – ook als ze in Zuidoost, Nieuw-West of Noord wonen. Ergens in de scholenatmosfeer hangt een ongepubliceerde zwarte lijst waar diezelfde kinderen niét naartoe willen. Dit brengt vooral scholen in achterstandswijken in een nadelige positie – het risico is dat ze te weinig leerlingen binnen krijgen. Dat terwijl de Amsterdamse hitparade los staat van goed of slecht onderwijs. De niet geliefde (maar goed bereikbare) buitenwijkschool die wij bezochten heeft gewoon een voldoende van de onderwijsinspectie.

De loting schept de broodnodige willekeur. Na elke loting komen er klaagverhalen van het kind dat de meest populaire scholen had aangevinkt, en nu op die rot school van laagste voorkeur is beland. Maar misschien leert deze leerling buiten de eigen bubbel juist ‘sociaal schakelen’, een competentie waar je de rest van je leven profijt van hebt. Het probleem zit ’m niet in de willekeur van de loting. Het werkelijke pijnpunt lijkt mij dat kinderen en ouders –onder het mom van onderwijskwaliteit – selecteren op sociaal-economische status. Het zou fijner zijn als ze meer letten op bijvoorbeeld de culturele gemengdheid of de veilige fietsroute ernaartoe. Mijn zoon en ik zetten die buurtschool op 1.