Nieuws

Mogelijk erotisch centrum in Eenhoorngebied, ‘luisteren naar inspraak nu niet de bedoeling’

De zoektocht van de gemeente naar een plek buiten de Wallen voor een Erotisch Centrum leidt tot een politiek pandemonium. Binnen elke partij die de stad bestuurt bestaan minstens twee – tegenovergestelde – meningen. Tegelijkertijd houden burgemeester en raadsleden zich nu met opzet doof voor de opvattingen van burgers. Ook die van de bewoners van het Eenhoorngebied in Oost, een van de mogelijke landingsplekken van het centrum.

Het Erotisch Centrum moet het aantal werkplekken op de Wallen verminderen. Maar het Erotisch Centrum is geen plat Prostitutie Hotel – een variant die eerder in de gemeentelijke discussie nog de ronde deed. Het Erotisch Centrum, zoals het gemeentebestuur en gemeenteraad het voor ogen zien, moet “een plek zijn waar een positieve brede verbinding wordt gelegd tussen seksualiteit, erotiek en cultuur”, met als het even kan een theater, een debatcentrum en in elk geval horeca. Het moet een “hoogwaardige opzet” krijgen, geen “zuiptoerisme” trekken maar, zoals burgemeester Halsema vorige maand in een debat met de gemeenteraad zei, zo’n uitstraling hebben “dat congresbezoekers reden hebben om hier naartoe te gaan”. 

De burgemeester had het voorbeeld van de congresganger niet helemaal willekeurig gekozen. Een plek in de buurt van de RAI is – net als het Eenhoorngebied – een van de mogelijke locaties voor het Erotisch Centrum. Verder staan op het lijstje nog twee plekken in Zuidoost, twee in Sloterdijk, een in het “watergebied van Amsterdam” en een in de toekomstige Haven-Stad.

Eind vorig jaar kregen bewoners en organisaties in het Eenhoorngebied door dat zij tot een van de uitverkoren plekken behoorden voor het Erotisch Centrum. Dat leverde protestbrieven, inspraakacties en een petitie op. Aangezet door de bewoners stuurde de stadsdeelcommissie van Oost een “ongevraagd advies” naar gemeentebestuur en gemeenteraad waarin het zich uitsprak tegen de komst van zo’n centrum daar. Ongeveer op hetzelfde moment deed de bestuurscommissie van Zuidoost hetzelfde. 

En zo brak het pandemonium los. Want alle vier besturende partijen (GroenLinks, D66, PvdA, SP) hebben zich al ruim een jaar geleden in de gemeenteraad uitgesproken vóór het Erotisch Centrum buiten de Wallen. Maar in Oost blijkt nu D66 (in meerderheid) tegen te zijn, net als de PvdA en de SP. In Zuidoost is PvdA tegen maar D66 weer voor, terwijl in dat stadsdeel GroenLinks juist tegen de komst van het centrum is.
In Oost was GroenLinks minder uitgesproken. De partij daar vindt het nu te vroeg om het Eenhoorngebied van de lijst te schrappen en wil het gemeentelijke proces naar de beste locatie en de gemeentelijke besluitvorming hierover niet verstoren. Hiermee sluit de GroenLinks-fractie in Oost naadloos aan bij de door burgemeester Halsema uitgestippelde – en door de gemeenteraad gesteunde – route.

Halsema wil deze route zo ongestoord mogelijk aflopen. Ongevraagde adviezen en insprekende bewoners kan zij niet tegenhouden, maar nú luisteren naar deze inbreng is niet de bedoeling, al helemaal niet als deze inbreng afkomstig is van “vocaal sterke” en “machtige” inwoners die goed voor hun eigen belang kunnen opkomen “en zo weten te voorkomen dat het Erotisch Centrum in hun buurt komt”, zoals Halsema vorige maand in de gemeenteraad zei.

Al helemaal in het begin heeft Halsema bedacht dat het voor de hand ligt dat geen enkele buurt zit te wachten op een Erotisch Centrum. Dus hoef je buurtbewoners nu ook niet actief te vragen om hun inbreng in de discussie. Bewonersparticipatie is pas aan de orde nadat gemeentebestuur en gemeenteraad, ergens rond de zomer, een locatie hebben aangewezen. Daarna worden bewoners betrokken om “het Erotisch Centrum zo goed mogelijk in te passen” in hun buurt.

Hoe luidt ook alweer het éérste principe van het Beleidskader Participatie dat bestuur en raad vorig jaar hebben vastgesteld? “Heeft een besluit of plan veel impact op de leefwereld van bewoners, dan is een uitgebreid participatietraject logisch, ongeacht het participatieniveau (de mate van invloed van betrokkenen).”