Nieuws

Grote kolonies op Kinseldam en Natuureiland in IJmeer

Kinseldam en Natuureiland werden aangelegd ter natuurcompensatie van IJburg. Op beide eilanden broeden lepelaars. Om te achterhalen hoe de populaties zich bewegen worden de jonge lepelaars elk jaar geringd. Dit jaar kregen ze ook een zender.

Kinseldam en Natuureiland werden oorspronkelijk aangelegd als paaiplaatsen voor vissen. Het was voor ecologen een grote verrassing toen zich in 2013 vier lepelaars op Kinseldam vestigden. Sinds twee jaar broeden er ook lepelaars op het later aangelegde Natuureiland. 

Lepelaars broedden de afgelopen decennia voornamelijk op de Waddeneilanden, maar tegenwoordig trekken ze steeds vaker naar het vasteland en broeden ze ook bij zoet water. Roeland Bom, werkzaam bij het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) houdt de populaties op Kinseldam en Natuureiland vanaf het begin in de gaten. In samenspraak met de Werkgroep Lepelaar ringt hij de jongen. “Het is een van de grootste zoetwaterkolonies van Nederland, met zo’n tweehonderd exemplaren,” vertelt hij. De kleurringen die wij geven kunnen goed met een telescoop worden afgelezen, we krijgen van vogelaars waarnemingen van de hele trekroute. Daardoor krijgen we een goed idee waar de vogels naartoe gaan en wat hun overlevingskansen zijn.”

De lepelaarkolonies op de Wadden groeien sinds een aantal jaar niet meer, misschien door voedselgebrek of gebrek aan geschikte broedplekken. Maar op Kinseldam en Natuureiland is er nog ruimte voor groei. 

Voor een experiment van Tamar Lok van het NIOZ kregen de jonge lepelaars op Kinseldam in juni 2021 ook een zender. Eigenlijk wilde de onderzoeker die geven aan jongen op de Wadden, maar die nesten waren bij hoogwater allemaal weggespoeld. Tamar onderzoekt de invloed van genen en omgeving op de trek van lepelaars. Daarvoor wisselde ze de eieren van de lepelaars op Kinseldam met eieren van Franse lepelaars. De Franse vogels overwinteren op een andere plek dan de Nederlandse. Het moet nog blijken of de Franse vogels die nu op Kinseldam uit het ei zijn gekomen dezelfde trekroute nemen als hun adoptieouders. Roeland: “De verwachting is dat de lepelaars zich sociaal aanpassen en niet als een machine richting zuidwesten vliegen.”

Van vijftien nesten zijn de eieren verwisseld door Franse eieren. Roeland: “Tamar is naar midden-Frankrijk gereden om daar midden in de nacht eieren uit te wisselen in een broedstoof. In de tussentijd kregen de lepelaars nepeieren om op te broeden, daar merken ze niks van.” Roeland hielp met het zenderen van de jongen die uit de eieren kwamen. Uit de eerste gegevens blijkt dat de jonge lepelaars naar veel verschillende plekken vliegen om voedsel te zoeken. “Sommigen blijven dichtbij, en foerageren in slootjes in Waterland of Ilperveld. Ook de Oostvaardersplassen blijken belangrijk, en soms vliegen ze naar de Wadden. Het eerste jaar gebruiken de vogels om de wereld te ontdekken. Het wordt interessant om te zien of ze die omzwervingen ook gebruiken om later terug te keren om te broeden.”

Beeld: Hans van Groen Fotografie