Soort zoekt soort

‘Soort zoekt soort’, aldus de journalist van Elsevier die zich onder valse voorwendselen toegang tot mijn huis verschafte. Na het lezen van een column in deze krant (door hem de IJbrug genoemd – oeps, feiten niet gecheckt) over spelletjes, belde hij om te vragen of hij een keer zo’n spelletjesavond mocht bijwonen. Want – en ik citeer vrij – hij ging een verhaal schrijven over ‘de gemeenschap IJburg, hoe die is opgebouwd en hoe die in zoveel jaar alweer is veranderd’.

Zes uur lang zat hij bij ons aan tafel. Het kunnen er ook vijf geweest zijn, daar wil ik vanaf zijn. Er is in die uren veel gezegd. Over woongenot, veteranenvoetbalclubs, fileleed, plannenmakers en creativiteit. We vroegen hem of het niet weer zo’n negatief verhaal zou worden, zoals zo vaak. Dat zou niet gebeuren, verzekerde hij ons.


Toch blijft de strekking van zijn artikel – ‘soort zoekt soort’ – lullig in je hoofd hangen. Het voelt negatief, ook al is het dat niet per se. Het zou zelfs best kunnen kloppen. Ook daar wil ik vanaf zijn. Wie weet zoekt soort wel soort op IJburg. Wie weet gebeurt dat ook wel in de rest van Nederland. In de hele wereld, voor mijn part. Had ik maar geweten dat dàt de eigenlijke insteek van zijn verhaal zou zijn. Niet ik dat ik anders niet aan het artikel zou hebben meegewerkt. Het is gewoon praktisch om samen over hetzelfde onderwerp te praten.


De verslaggever deed ook ontboezemingen. Bijvoorbeeld dat hij journalistiek noch sociologie studeerde. Dat hij op IJburg woont, maar er vanwege werk en hobby nauwelijks vertoeft. Dan zal hij ook niet van die fijne buren hebben, concludeer ik. Zoals wij. Zei ik buren? Vrienden zijn het geworden in de jaren dat we in hetzelfde blok wonen. Echte vriendschap, ontstaan in onze mooie wijk.

Tussen ons en onze vrienden woont ook nog een Egyptisch gezin. Maar dat zou ik, blijkens het artikel, niet kennen. In werkelijkheid hebben we afgelopen zomer over de schutting mijn appeltaartrecept geruild voor hun mooi opgemaakte bord met aardbeien. Dezelfde schutting, die ‘boerman’ en mijn man samen hebben gebouwd.


Naar onze vrienden toe voel ik me best een beetje schuldig. Ik was tenslotte degene die had gevraagd of ze zin hadden om eens een potje voyeuristisch Kolonisten te komen spelen. Die ze had meegesleept in de wereld van journalistieke slinksigheden. Onbedorven als ze zijn, zeiden ze volmondig ja. Ik – als journalist – had beter moeten weten. Maar ja, soort zoekt nu eenmaal soort.