De les van de zwemsteiger op Borneo-eiland

Het conflict over een zwemsteiger in het Oostelijk Havengebied haalde de landelijke kranten. De diepere kern van deze buurtbombarie op Borneo-eiland is de veranderende stad.

Nadat de Raad van State zich uitsprak over deze voortslepende juridische strijd, haalde Borneo-eiland de regionale en landelijke media. Zelfs Youp van ’t Hek berichtte over dit ‘dorpsnieuws’ in zijn wekelijkse NRC-column op zaterdag. De oud-cabaretier sloeg de kwestie plat met de frase: “Een treurig boos woonbootechtpaar heeft het voor elkaar gekregen om een zeer populaire zwemsteiger ingekort te krijgen, omdat zij bij mooi weer last hebben van de zwemmende kinderen naast hun boot.”

Misschien zijn de klagende bewoners hier spelbrekers, maar dat deze bewoners gelijk krijgen van de Raad van State zegt wel iets. Rechters wegen de context mee en prikken door nimby-bezwaren heen. Het gelijk van de klagers wijst erop dat je deze zaak niet kunt wegzetten als zeurpieterij. De geluidsoverlast beperkt zich niet tot zwemmende kinderen. Ook groepjes jongeren die op zomeravonden tot laat rond de steiger blijven hangen, dragen bij aan de overlast. Het probleem reikt ook wijder, er zijn in Amsterdam en andere steden veel meer zwem- en recreatieplekken die overlast geven.

Hybride stadsmens
De media gaan nauwelijks in op de onderliggende kwestie. Toch gaat de zwemsteigerheisa juist over iets fundamenteels. Zes jaar geleden al schreef ik daarover een stuk in deze krant. Het heeft alles te maken met warmere zomers én met het veranderende gedrag van stadsbewoners. Destijds schreef ik in mijn column dat stedelingen in de warmere stad steeds vaker publieke plekken opzoeken. “Door mobiel internet is elke inwoner een hybride: inwoner, toerist, werknemer, sporter, producent en consument,” schreef ik. Soms combineren we meerdere rollen op één moment. De picknickbank voor je deur is je kantoortuin, de oeverkade is je feestruimte en het zwembad ligt aan de steiger iets verderop.

De hybride stadsmens is trouwens ook een assertieve inwoner die ruimte inneemt. De stad moet hierop inspelen door de 21ste-eeuwse Amsterdammer waar mogelijk te faciliteren. Maar ook: waar nodig te begrenzen. En daar zit het punt. We behandelen de stad van 2026 alsof het 2000 is. Het gebruik van de buitenruimte is compleet veranderd, maar de regels en veiligheidsvoorzieningen zijn van toen. De perikelen rond zwemplekken illustreren dat er serieuze issues zijn op het gebied van geluidoverlast – en trouwens ook van achtergelaten rommel. “Laten we snel nieuw beleid maken voordat de vulkaan uitbarst,” besloot ik mijn stuk zes zomers geleden. In al die jaren heeft de gemeente nauwelijks iets aan dit probleem gedaan.

De vraag is niet of de stad verandert, maar of het beleid meebeweegt. Volgens mij is het gedoe rond de zwemsteiger eenvoudig te reduceren. Als massale drukte de overlast geeft, is kleinschaligheid het toverwoord. Sta uitsluitend nog zeer korte zwemsteigers toe. Bouw op Borneo-eiland in plaats van één grote steiger een stuk of vijf kleine. Ik voorspel trouwens dat verrassend veel Borneo-bewoners die nu verbolgen spreken over die ‘spelbrekende’ woonbootbewoners, straks hevig protesteren tegen de komst van een kleinschalig zwemsteigertje tegenover hun eigen huis.

Lees ook:
Zwemsteiger Borneo-eiland ingekort na rechtzaak (9 juni 2026)
Woonbootbewoners Borneokade vertellen hun kant van het verhaal: ‘We volgden de regels in plaats van het recht in eigen hand te nemen’
‘Niet te lang wachten, anders ga je twijfelen’
Gemeente moet zwemsteiger Borneobuurt opnieuw beoordelen
Oostelijk Havengebied: zwemmen wel/niet toegestaan. Van wie is het water?