Het is een van de laatste herinneringen aan de oude Zuidergasfabriek, de watertoren in het Bella Vistapark. De gemeente Amsterdam droeg het beheer van de toren dit jaar over aan Stadsherstel. Alle reden voor een bezoek aan Job Romijn, de huidige bewoner van de mooiste watertoren van Amsterdam.
Een grot, een boom, een waterval, Job Romijn komt woorden tekort om de schoonheid van de watertoren in het Bella Vistapark te omschrijven. De kunstenaar en uitvinder woont al ruim twaalf jaar antikraak in de 45 meter hoge, uit baksteen opgetrokken toren met speelse ornamenten van glas, steen en staal. Hij kent er alle hoeken, nissen, trappen en trappetjes, weet blindelings zijn weg te vinden op alle verdiepingen. De toren geeft hem alle ruimte voor zijn persoonlijke interesses, bijvoorbeeld de uitbouw van zijn twee ‘mobiele doolhoven’. Een ‘hard’ doolhof van opgestapelde aluminium kisten staat op de begane grond. Een doolhof van zachte materialen, opgebouwd uit een verzameling canvas brancards, bevindt zich op de middenverdieping van de toren.
Schommel
Romijn vindt het een avontuur om in de watertoren te wonen. “Ik hou van plekken met een rafelrand. Natuurlijk, de voorzieningen zijn minimaal, de toren heeft nooit een woonbestemming gehad. Soms voelt het als overdekt kamperen. En het kan koud zijn in de winter. De toren is niet te verwarmen, maar met mijn verzameling dekbedden en dikke legerjassen red ik me prima.”
Wonen in een toren betekent traplopen, omhoog, omlaag, weer omhoog. Romijn doet dat graag. Net zoals hij graag vanuit een van de hoge ramen van de toren uitkijkt over de stad. Nergens is het uitzicht op de Amstel zo mooi als hier. Schommelen, dat doet hij eveneens graag. Op de hoogste verdieping van de toren heeft Romijn een laaghangende schommel bevestigd. “Als het te druk is beneden in het park of op een van de bouwplaatsen rondom de toren, dan zoek ik de stilte op. Dan ga ik naar boven en wieg ik rustig heen en weer. Ik heb dan het gevoel dat ik de hectiek van de drukke stad ontvlucht ben.”
De klokken lopen niet gelijk
De watertoren, gebouwd in 1910, is een van de laatste overblijfselen van de Zuidergasfabriek. Deze fabriek maakte gas voor verlichting en later voor koken en verwarming. Samen met nog enkele andere gebouwen, zoals het portiershuisje en de tweede (assistent-)ingenieurswoning, is de toren bij de sloop van de fabriek behouden. Sinds 2004 is het een rijksmonument. “Het is een soort fort,” vertelt Romijn, terwijl de fotograaf en journalist kruip-door-sluip-door achter hem aan via smeedijzeren wenteltrapjes steeds hoger naar de nok van de toren klimmen. “De muren zijn dik en de ramen zitten hoog, als een soort schietgaten. Heel solide, al houden de muren het vocht niet tegen.” Kijk, wijst hij, als we de nok hebben bereikt, hier heb je de wijzerplaten van de vier torenklokken: noord, west, oost, zuid. “Ze zijn prachtig, al lopen ze allemaal ongelijk. Opwinden is zinloos. Binnen het uur geven ze weer een andere tijd aan.”
Vocht slaat door de muren
Het was stil rondom de toren toen Romijn er kwam wonen. “Wild, niet aangeharkt zoals nu. Er waren zandheuveltjes waar kinderen verstoppertje konden spelen, er liepen konijnen rond.”
Dat is niet langer zo. Rond de watertoren is woonwijk Amstelkwartier gebouwd, de aanleg van het Bella Vistapark is bijna gereed. Begin dit jaar droeg de gemeente Amsterdam de watertoren over aan Stadsherstel, dat veel Amsterdamse monumenten beheert. Later dit jaar komt daar de overdracht van de tweede (assistents-)ingenieurswoning en het portiershuisje bij. Herstel van de toren wordt een klus, weet Romijn. “Eerst moet de buitengevel waterdicht worden gemaakt, want het vocht slaat door de muren. Dat gebeurt volgend jaar. Daarna is het binnenwerk aan de beurt. De bedoeling is dat er, beneden in de toren, horeca komt.”
Vuurtoren of lichtschip
Romijn hoopt dat hij, als de horeca er eenmaal is, nog een tijdje bewoner kan blijven van de bovenste torenverdiepingen. “Misschien kunnen we dan aan een van de klokken een raam bevestigen. Dan heb ik een prachtig uitzicht over de stad.”
Mocht dat lukken, dan kunnen zijn aluminium kisten, zijn aluminium bamboebos, zijn stapels brancards, zijn verzameling legerkleding, zijn Fokker-vliegtuigstoel, zijn stalen kano en alle andere voorwerpen die hij de afgelopen jaren heeft verzameld, hopelijk nog een tijdje blijven. “Anders ga ik op zoek naar een andere antikraakplek. Zo leef ik al 26 jaar. Een vuurtoren, of een lichtschip, dat lijkt me ook wel wat.”










