Opmars van de stadsnatuur

Om natuur te zien hoef je als Amsterdammer de stad niet uit. Er broeden futen, ijsvogels en zelfs zeearenden. Door het warmer wordende klimaat verschijnen steeds meer zuidelijke plantensoorten in de stad. Helaas verdwijnen er ook soorten, maar ‘natuurinclusief bouwen’ zorgt voor nestgelegenheid voor huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen. Heel wat Amsterdammers houden zich bezig met het bestuderen van die stadsnatuur. De KNNV (Koninklijke Nederlandse Natuurvereniging) afdeling in Amsterdam werd in 1901 opgericht en bestaat nu 125 jaar. Ter gelegenheid daarvan bracht de vereniging het boek Wild Amsterdam. De natuur van de stad uit. Dertig kenners beschrijven daarin de opmars van de stadsnatuur.