We zaten bij de eerstehulppost van het OLVG. Mijn lief had een lelijke smak gemaakt en zag eruit alsof ze gebokst had, met twee blauwe ogen en een bult. De huisarts had ons naar het ziekenhuis doorverwezen, en nu zaten we zaten te wachten op een scan.
Om ons heen kijkend zagen we dat het altijd erger kon.
Een klein meisje met een gebroken pols zat op schoot bij haar vader. Ze huilde zachtjes.
Links van ons hing een jongeman voorover in zijn stoel. Het was duidelijk dat hij ook iets gebroken had, alleen was het moeilijk vast te stellen of het zijn hart of zijn arm was. Hij kreunde hevig.
Tegenover ons zat een jonge vrouw hevig te trillen en te schudden.
Toen ze ook nog begon te huilen kon ik het niet langer aanzien en ging naast haar zitten.
‘Alles komt goed,’ zei ik sussend. ‘Er komt zo iemand bij je.’
En dat was ook zo; twee verplegers haalden haar op, en ik kon weer naast mijn eigen vrouw gaan zitten.
‘Goed gedaan hoor,’ zei ze. Nu hield ik nog meer van haar.
Even later zaten we in een behandelkamer die slechts met witte gordijnen gescheiden was van de andere kamers te wachten op de uitslag. Naast ons zat een authentiek Amsterdams echtpaar op leeftijd. Je kon alles horen.
De man had broodjes gehaald.
‘Acht euro vijftig! Voor twee broodjes!’ riep hij.
‘Tjesus,’ antwoorde zijn vrouw met schorre stem. ‘Hadden ze ook sigaretten?’
‘Nee, natuurlijk hadden ze geen sigaretten. Dit is een ziekenhuis,’ antwoordde de man.
De vrouw lachte, om meteen daarop weer ‘auw’ en ‘godverdomme’ te kreunen.
‘Doet het pijn?’ vroeg hij.
‘Ja, natuurlijk doet het pijn.’
Overduidelijk hield het stel na al die jaren nog van elkaar, net als wij.
‘Aan de andere kant…’ zei de man na een tijdje, overduidelijk met zijn mond vol, ‘nu zijn we toch wel weer een keer leuk met zijn tweeën uit eten.’
Mijn lief en ik konden ons lachen niet inhouden.
‘Je mag alles horen hoor!’ riep de man door het gordijn. ‘We schamen ons nergens voor!’
‘Wij ook niet hoor,’ riepen we terug.
Bij ons viel alles mee; alleen een lichte hersenschudding. Bij het weggaan keken we om de hoek van het gordijn. Het echtpaar zag er precies zo uit als we ons hadden voorgesteld.
‘Sterkte,’ zeiden we tegen de vrouw.
‘Dankjewel, jullie ook. Fijne dag.’
‘Aardig doen kost niks, hè,’ knipoogde de man.


