Afgelopen vrijdag werd de exposite Vrouwen van Amsterdam Oost in de OBA aan de Linnaeusstraat geopend. In de bibliotheek zijn portretten van een zestal vrouwen te zien die een rol van betekenis hebben gespeeld in de geschiedenis van Oost.
Rie Tapperwijn voerde actie in de Oosterparkbuurt voor betere huisvesting, kwam terecht in het buurtwerk en belandde in de kraakbeweging. Fré Cohen was een van de belangrijkste vormgevers van de Amsterdamse School en ontwierp voor de gemeente onder meer het bekende giroboekje. En Johanna Westerdijk was de eerste vrouwelijk hoogleraar van Nederland. Onder haar bezielende leiding haalden vierenvijftig promovendi – onder wie veel vrouwen – hun doctorstitel. De verhalen en foto’s van deze bijzondere vrouwen zijn nu te bewonderen in de bibliotheek in de Linnaeusstraat.
Ook siert het portret Annie Kropveld in de etalage van de leeszaal. “Heel bijzonder,” zegt Peter Kropveld als hij een bik werpt op de foto van zijn pleegmoeder Annie. “Ik ben geboren in 1942, Annie Kropveld Plas was getrouwd met een broer van mijn vader. Mijn ouders kwamen om tijdens de oorlog en toen ik erna veilig uit mijn onderduikadres bovenwater kwam, nam zij de zorg voor mij op zich. Ik was pas drie en half dus het was gewoon mijn moeder. Pas veel later ben ik erachter gekomen dat ze niet mijn biologische moeder was, maar het bleef gewoon mama.”
Flinke vrouw
“Een hele flinke vrouw,” antwoordt Kropveld op de vraag wat voor soort persoon Annie Kropveld was. Volgens de overlevering zou ze hebben gezegd “mij krijgen ze niet” toen in 1942 de oproepkaart voor Westerbork bij haar in de bus viel. Het was de tijd dat het volgens Kropveld helemaal misging voor Joodse Amsterdammers. “Ze mochten steeds minder, niet meer met de tram, zelfs niet meer fietsen. En toen kwam de Joodse raad, op bevel van de Duitsers natuurlijk, met die oproepkaarten. Mijn moeder zag NSB’er met een handkar het Afrikanerplein opkomen, bij haar buren naar binnen gaan en terugkomen met een oud vrouwtje die op een handkar werd gezet. In die brief stond dat deze mensen zouden moeten gaan werken in het Oosten van het land, maar deze mevrouw kon helemaal niet meer werken. Toen wist mijn moeder wel wat er aan de hand was en voordat zij aan de beurt waren zijn ze weggegaan.”
4 en 5 mei
Kropveld: “In deze tijd rond 4 en 5 mei is er veel aandacht voor de Tweede Wereldoorlog en de bevrijding. En anno 2026 is er oorlog in het Midden-Oosten en Oekraïne. Vooral de oorlog in Oekraïne was voor mij heel moeilijk. Ik heb altijd gedacht dat die tijd nooit meer terug zou komen. Ooit ben ik zelf in dienst geweest en we dachten altijd dat het wel mee zou vallen de Russen. Toen ze Oekraïne binnenvielen werd de bodem onder mij vandaan weggeslagen. Die veiligheid van nooit meer oorlog dat bleek toch niet zo zeker.”
Herdenken
“Het is belangrijk om te herdenken,” zegt Kropveld. “Voor de jongere generatie, inclusief onze twee kinderen, maar vooral onze kleinkinderen, is alles vanzelfsprekend. Dat is natuurlijk niet zo. Daarom hoop ik dat veel mensen deze portretten bekijken en hun verhalen lezen. Ik heb bewondering voor ze. Ze zeiden, we pikken het niet, ook al was dat heel gevaarlijk. Dat is heel bijzonder.”
De expositie, door Het Geheugen van Oost, is tot en met 31 mei te zien in de OBA aan de Linnaeusstraat.


