Ik lag in bed en probeerde te slapen.
Dat ging lastig vanwege de studenten die een paar tuinen verderop dronken schreeuwden en joelden. Sinds een paar jaar worden in mijn voorheen zo rustige burgertruttenbuurtje woningen ‘verkamerd’ en voor hoge bedragen verhuurd. Ik ben zelf ook jong geweest, en heb ook voor veel te hoge huren in rotkamertjes gebivakkeerd, en ik ben ook vaak dronken geweest, maar ik kon me niet herinneren dat ik er ook altijd zo bij schreeuwde.
Al malend dacht ik terug aan een buurman van Duitse afkomst naast ons studentenpand op de Reguliersgracht, die na een zoveelste feestje ’s ochtends schuimbekkend voor onze deur stond. “Das volgende maal, a-sozialen, dan kom ik terug, met mein ax! En dan sla ik deze hele verdammte deur kaputt!”
Ik sloot het raam en drukte een kussen over mijn oren.
Verdomme, het was juist zo lekker rustig geweest deze zomer. De bouwvak! Mijn favoriete periode van het jaar. De klussers houden zich koest, iedereen is op vakantie. Je kan ’s ochtends met koffie en krant in je tuin gaan zitten zonder te worden weggetetterd door drilboren, schuurmachines, hogedrukspuiten, jengelende kinderen en dat schreeuwgrage stel van tien tuinen verderop dat alles (tot aan de hardheid van hun gekookte eitjes aan toe) bespreekt alsof ze in heftig politiek debat zijn – met alle deuren en ramen open en hun continu krijsende papagaai ertussendoor.
Ook deze grote vakantie was mijn binnentuintje dus gelukkig weer veranderd in een oase van rust. Ik stond elke dag uitgerust op, deed geconcentreerd mijn taichi-oefeningen, ving braaf mijn douchewater op en gaf daarmee de plantjes water. Verder oefende ik met gesloten deuren (!) op mijn akoestische gitaar met fluweelzachte zang voor mijn nieuwe solotoer Montagnes-Sur-Mer (die – mocht u geïnteresseerd zijn – op twaalf september van start gaat in de Roode Bioscoop).
Maar nu daverde er alweer een lachsalvo door de tuinen.
Snotverdee! Ik knipte het nachtlampje aan. Moest ik iets gaan roepen? Of aanbellen? En dan dreigen met mijn bijl? Of begon ik nu langzaam te veranderen in een ouwe, boze witte man, verdwaald in het boomer-bos? Het had er alle schijn van.
Toen hoorde ik het slaapkamerraam van mijn normaal vrij rustige buurman opengaan.
“HEE! KAN HET EEN KEERTJE WAT RUSTIGER DAAR! SOMMIGE MENSEN WILLEN SLAPEN!”
En: een wonder geschiedde! Buurmans uitroep had effect. De studenten haastten zich naar binnen. Het werd heerlijk stil en met vredige gedachten over al mijn lieve buren viel ik in slaap.










