In de Jas

Diederik Ebbinge: ‘De Watergraafsmeer is een soort The Truman Show’

Diederik Ebbinge (46) studeerde aan de Academie voor Kleinkunst in Amsterdam en richtte met zijn klasgenoten Remko Vrijdag en Rutger de Bekker het theatergezelschap De Vliegende Panters op. Ebbinge speelde filmrollen in onder meer Alles is Liefde, Vox populi en Soof. Op de radio hoor je hem geregeld in Ochtendhumeur van KRO’s Goedemorgen Nederland. Ebbinge is ook regisseur: op het Filmfestival Rotterdam ging in 2013 zijn eerste lange speelfilm Matterhorn in première.
Ebbinge woont met zijn vrouw en twee zoons (7 en 8) in de Johann Kepplerstraat

Wie was Johan Keppler?
“Van de wetten van Keppler.”

Waarover gaan die wetten?
“Iets met druk. Natuurkundige druk.”

Wat is de Johan Kepplerstraat voor straat?
“Een doodkalm straatje dat loopt van het Archimedesplantsoen tot de Newtonstraat denk ik, bekend van de pizzeria ‘La Portare Via’ op de hoek.”

Eet jij daar vaak?
“Veel te vaak.”

Heb jij veel vrienden en bekenden in de buurt?
“Inmiddels wel. Ik heb een koffieclub, wij drinken bijna iedere ochtend koffie. Het is een heel gemêleerd gezelschap waar ik de hele wereld mee doorneem.”

Wie heeft dan het hoogste woord?
“Dat verschilt.”

Wat vind je van de buurt?
“Ik vind het heerlijk. Ik heb gewoond op de Linnaeusparkweg ter hoogte van de fontein die er toen nog niet was. Daarna verhuisde ik naar de Transvaalkade, de nette buurt uit, aan de verkeerde kant van het water en toen wilden we toch weer terug de Watergraafsmeer in. Het is hier echt geweldig. Ik heb twee jongens van zeven en acht en die wonen tegenover het schoolplein van WSV, dus die jongens voetballen de hele dag. Als ze naar school moeten gaan ze bijna op de bel de deur uit, ze hoeven niet voor dag en dauw het bed uit. Als we ze roepen voor het eten doen we gewoon het raam open.”

Woon je in een huur- of een koophuis?
“Een koophuis.”

Dan hoef je niet meer te werken.
“Dat is niet helemaal waar. Op de Linnaeusparkweg heb ik winst gemaakt, op de Transvaalkade verlies en nu sta ik in de plus, maar als ik ergens anders heen zou willen zou ik ook weer meer moeten betalen. Als je niet weggaat merk je er niets van.”

Hoe zou je de Watergraafsmeer omschrijven?
“Het is een soort Truman Show waar je in zit. Af en toe denk ik: het is niet echt. Het is zo netjes, keurig en sympathiek. Zo’n niks aan de hand buurt, het rijmt helemaal niet met wat je op televisie ziet.”

Wat zijn je favoriete plekken?
“Elsa’s Café. Ik ga ook regelmatig naar Ajax met de Elsa’s-bus.”

De Elsa’s-Bus?
“Je kan er dus mee naar Ajax. Een uur voor de wedstrijd vertrekt bij Elsa’s een bus. Voor vijf euro word je heen en weer gebracht.”

Waar kom je nog meer?
“Met die koffieclub switcht het nogal. Eerst zaten we bij Koffie in Oost, maar dat is failliet gegaan. Daarna zijn we naar Bagels & Beans gegaan, dat was niet prettig. Wij vinden het iets ongemakkelijks hebben als het te persoonlijk wordt. Als je iemand te vaak ziet en dat die je dan herkent.”

Waarom ga je dan niet naar Elsa’s met je koffieclub?
“Dat is dan nog niet open.”

Waar zitten jullie nu?
“Blend, daar is het lekker anoniem. Later zijn we uit nieuwsgierigheid ook een keer naar Bar Wisse gegaan. Nu switchen we tussen Bar Wisse en Blend. Ik voel de balans toch naar Blend gaan.”

Als je iets zou kunnen verbeteren aan de buurt, wat dan?
“Ik vind de Linnaeusparkweg met al die geparkeerde auto’s in het midden best lelijk. Het lijkt wel op een parkeerplaats! Verder vind ik dat rare gebouw tegenover de Kijkshop op de hoek van de Middenweg, waarin van die rare machines van de PTT staan te ronken, een fantastisch pand. Daar zou je iets mee kunnen doen. Daar moet een koffieplek of een bioscoopje komen. Ik zou dat fantastisch vinden, maar dat is niet rendabel te krijgen. In Oost heb je wel Studio K, maar dat vind ik dan toch te ver.
Wat ik ook interessant vind: het Tropenmuseum is van gigantisch veel – ik geloof 25 miljoen euro per jaar – naar nul euro subsidie gegaan. Ze zitten met dat fantastische gebouw wat geëxploiteerd moet worden. Daar zit een geweldig theatertje in, dat is verworden tot een soort conferentieoordje. Boven dat theatertje zit een café, aan de parkkant: dat is echt verschrikkelijk. Dat hele Tropeninstituut zit nu vol met interimmanagers die dat gebouw moeten managen. Dat werkt totaal niet. Die komen bijvoorbeeld uit Den Bosch, dan heb je nul voeling met de buurt. Dat theatertje zou je opnieuw op poten moeten zetten, ik niet hoor. En de horeca zou je moeten laten doen door die drie die al die tenten hebben.”

De drie wijzen uit Oost.
“Ja, ik vind het meesterlijk wat die drie doen.”

Waar doe je je boodschappen?
“Bij de Albert Heijn. Ik kan tegenwoordig kiezen tussen die in de Oostpoort en die op het Christiaan Huygensplein. Ik kies voor die op het pleintje, die is heel fijn geworden. En op de Middenweg koop ik af en toe wat bij Gewoon Kaas en bakkerij Balvert. Ik ben nog nooit bij die andere bakker, Le Perron, geweest.”

Wat mis je op de Middenweg?
“Ik ben groot, dus ik mis echt een grote matenwinkel voor heren. Kledingkopen vind ik een van de ergste dingen om te doen. Alleen al het feit dat je je broek uit moet trekken om een andere broek te passen vind ik al een hel. Ik wil het liefst een goede winkel waar ik alles kan kopen. Dat Biggles aan de Middenweg is op zich best een goede winkel met spullen die ik wel zou willen hebben, maar alles is te klein! Dat haat ik.”

Misschien internet?
“Dat zal ook wel weer te klein zijn, dan moet ik het weer terugsturen.
Wat ik ook mis in de buurt is een Frans-achtig restaurant waar ze biefstuk met friet serveren. Of steak tartaar.”

Lees ook, bijvoorbeeld, Viggo Waas, Pieter Hilhorst of Ellen ten Damme in De Jas.