Sander Heijne (43) is hoofdredacteur van Vrij Nederland, auteur en deed onlangs voor het eerst mee aan de Tri Amsterdam hier in Amsterdam-Oost. Hij is ook uitgever van het blad waar het in het zomernummer gaat over ‘de slag om de Noordzee’.
“Ik kom uit de Rivierenbuurt, ben geboren in het voormalige Wilhelmina Gasthuis,” vertelt hij nippend aan een gemberthee in de Coffeecompany Watergraafsmeer. “Als kleuter verhuisde ik naar Diemen, ik kan me herinneren dat ik hier als kind met de fiets de stad in reed. De buurt was totaal anders. Nabij de Vrolikstraat en het Oosterpark deden we onze ogen dicht en reden we altijd iets harder. Althans, dat denk ik nu.” (Lacht) “In 2010 zijn we in Oost komen wonen.”
Na je middelbare school in Haarlem kwam je naar Amsterdam om onder meer Geschiedenis en Europese Studies te studeren.
“Ik heb eerst nog twee jaar Bewegingswetenschappen gestudeerd aan de VU omdat ik sporten leuk vind. In de praktijk kwam het erop neer dat ik de impuls moest berekenen van een vrije trap van David Beckham. Daar had ik geen zin in. Geschiedenis vond ik het leukste vak op de middelbare school. Vandaar de keuze. Later heb ik nog een master journalistiek gedaan. Ik zat in de lichting 2008 met onder meer Wouter van Noort, Chef Opinie bij NRC en Jonathan Witteman van de Volkskrant.”
Wist je toen al dat je journalist wilde worden?
“Dat gevoel kreeg ik toen ik geschiedenis deed, ik heb een vrijwillige stage bij Historisch Nieuwsblad gelopen. Frans Smits, de legendarische hoofdredacteur, zei: kom maar langs. Zo heb ik mijn eerste ervaring opgedaan. Ik kreeg vier maanden geen hoogte van hoe hij naar mij keek, maar aan het einde kreeg ik een negen en noemde hij me een ‘geweldige stagiair’. Erg leuk natuurlijk.”
Je ging vervolgens aan de slag bij de Volkskrant.
“Ik begon op de economieredactie en heb vooral heel veel stukjes getikt. Het was in de tijd dat de kredietcrisis uitbrak, eigenlijk wist ik niet heel veel van economie. Daarom ben ik vooral reportages gaan maken. Ik ging hier in de stad langs bij de Voedselbank, toen een heel nieuw fenomeen. Maar ook was ik op werkvloeren waar gereorganiseerd werd, en ik liep mee met postbodes die ontslagen werden en zijn vervangen door postbezorgers. Ik praatte vooral veel met mensen, zo ben ik in de onderzoeksverhalen gerold.”
Je werd onderzoeksjournalist.
“Die titel vind ik altijd een beetje arbitrair, want iedere journalist zou onderzoekend moeten zijn. Maar als onderzoeksjournalist probeer je misstanden bloot te leggen. Echt dingen te openbaren.”
Je schreef toen over, ik citeer je LinkedIn, ‘de effecten van bureaucratische systemen op het alledaagse’.
“Dat heb ik er lang geleden op gezet, maar het was de nasleep van de bankencrisis en ik schreef over dingen die misgingen. Ik sprak met een ziekenhuisdirecteur die verpleegkundigen moest ontslaan om geld vrij te maken voor boekhouders. Met machinisten ging ik in de winter praten om te vragen waarom de treinen altijd stilstonden. Dat had te maken met de splitsing van de NS en ProRail. Stukje bij beetje werd het mij duidelijk dat heel veel van die dingen misgaan in de voormalige publieke sector. Wachtlijsten in de zorg, postproblemen, gedoe op het spoor. Die systemen waren ooit publiek bezit, zijn naar de markt gegaan en zijn in veel opzichten minder goed gaan functioneren. Dat is mijn specialisme geworden.”
Na vijf jaar zei je de krant vaarwel.
“Het was een prachtige plek, maar ik was 32 en wilde er niet tot mijn pensioen blijven. Ik was een beetje onrustig en ook net vader geworden. De meeste mensen zoeken naar vastigheid, maar ik niet. Ik bleef schrijven en bracht daarna ook mijn eerste boek uit.”
Jouw meest recente boek heeft de veelzeggende titel De meeste stemmen gelden niet.
“Het schrijven is een lang proces geweest. Is onze democratie nog houdbaar? We bewegen ons van crisis naar crisis terwijl de oplossingen voor grote problemen steeds verder uit zicht raken. Ondertussen is het publieke debat vervuild door desinformatie. Wat gebeurt er allemaal, vroeg ik me af. Trump die het Capitool laat bestormen, Wilders die de verkiezingen wint en Dick Schoof die het parlement buitenspel wilde zetten om een niet-bestaande vluchtelingencrisis op te lossen. Je ziet de democratie stukje bij beetje afbrokkelen.”
Ben je daar somber over?
“Eigenlijk niet. Ik ben zeker geen pessimist. Ik denk namelijk dat we heel veel kunnen doen om de samenleving weer democratischer te maken. Maar dat begint wel bij een analyse van waar de macht ligt. De democratie heeft groot onderhoud nodig.”
Van het Haagse naar Amsterdam-Oost. Wat is er leuk aan?
“In één zin? Het is hier heerlijk wonen.”
Je maakt goed gebruik van alle sportmogelijkheden in Oost.
“Jaren zag ik mensen de triatlon doen in mijn buurt en deze zomer heb ik voor het eerst de Tri Amsterdam gedaan, bij Somerlust.”
Zwemmen, fietsen en lopen, best pittig.
“Ik vind duurinspanningen en trainingsprikkels echt lekker. Zwemmen heb ik serieus geleerd in de SwimGym aan de Wibautstraat. En de meeste trainingsmeters qua fietsen maak ik in het Groene Hart.”
Waar eet je graag?
“Eigenlijk wil ik de Indonesische toko Kediri aan de Linnaeuskade noemen, maar die is al meer dan een jaar geleden gesloten. Zo jammer. In Polder op het Science Park komen we al sinds de kinderen heel klein zijn. Ook eten we met regelmaat in buurtrestaurant 1900.”
Waar winkel je?
“Bij Biggles Amsterdam koop ik bijna al mijn kleding en voor boeken ga ik onder meer naar de Linnaeus Boekhandel. Recent heb ik Het geschenk van Gaea Schoeters gekocht, een aanrader. Over 20.000 olifanten in Berlijn die niet uit de dierentuin komen, maar een geschenk zijn van de president van Botswana.”
Waar ga je graag naartoe als je de stad verlaat?
“Zonder twijfel Italië. Heel lekker eten, ik vind het een leuk en charmant land en niet onbelangrijk: je kan er perfect fietsen. De pasta die ik er eet is onvergelijkbaar met de macaroni die ik thuis kook.”










