Nieuws

Column ‘Snap je dat’

Beneden is Fabio uit Brazilië aan het schoonmaken. Boven zit ik achter mijn laptop en als ik uit mijn raam kijk, zie ik overal mensen achter laptopjes zitten. In zelfontworpen huizen.

“Een rotzooi maken jullie ervan,” zegt Fabio, “echt een rotzooi. Ik snap niet dat jullie dat zelf niet zien. Jullie buren maken er ook al zo’n rotzooi van. Ik kan daar soms niet eens lopen! Overal kranten en lege flessen en planten. Ik kan nergens bij. Hebben ze zo’n groot huis, leggen ze overal troep neer. Kopen ze een nieuw bureau, stoppen ze het vol met speelgoed.”
“Dus die mensen zijn nóg veel rommeliger dan wij,” zeg ik.
“Nou, jullie maken ook veel rotzooi. Het is niet mooi dat alles op de kast ligt. Waarom niet erin? Dat kost maar vijf minuten. Waarom zitten er plastic bakken tussen de pannen? En waarom is deze kast bijna leeg en die helemaal vol? Zo vol dat de la niet meer dichtgaat? Wat doen deze kaarsen in de handdoekenla?”
“Jij moet opruimcoach worden, Fabio,” zeg ik, “het is minder zwaar werk, je kunt er volgens mij meer mee verdienen en er is blijkbaar een markt voor.”
Hij kijkt me aan. “Maar waarom doen jullie dat niet gewoon zelf?”
“Omdat wij verwende varkens zijn. Lui van nature.”
“O, zo,” zegt hij.
Fabio gaat binnenkort drie maanden terug naar zijn land. Hij heeft gelukkig voor vervanging gezorgd. Hij vertelt dat ze zesentwintig is en al een halfjaar in Nederland. Ze heeft in Brazilië een man en een kind.
“Ze probeert haar man nu ook hier te krijgen,” zegt hij.
“En haar kind natuurlijk,” knik ik enthousiast.
“Nee, die niet.”
“Die niet? Moet het kind alleen achterblijven?”
“Bij oma,” zegt hij.
“Vind je dat normaal?”
“Ze willen geld bij elkaar sparen om daar een mooi huis te bouwen.”
“Dat kan jaren duren!”
“Als ze daar blijven, komen ze nooit verder!”
“O, maar dat kind dan? Dat is straks achttien en dan komen zijn ouders ook eens aankakken met hun klotenhuisje. Ik snap dat niet hoor!”
“Jouw buren hebben een televisie in hun badkamer!” zegt Fabio, “snap je dat? Dan merk je niet eens dat je in bad zit. En maar tv-kijken en maar tv-kijken. En het water is allang koud geworden.”

Elke Geurts