Ik parkeerde mijn fiets tussen de fatbikes voor het gebouw van Hogeschool InHolland in de gloednieuwe Sluisbuurt. Het waaide en overal daverden heimachines, maar gelukkig was de lente in aantocht. ‘Onder het gebouw is nog een fietsenstalling,’ zei een vriendelijke student. Ik slalomde om de glazen toren heen en verdween in een betonnen onderwereld.
Ik was hier om een lezing te geven aan studenten Leisure & Events Management. Zij hopen later aan de slag te kunnen in de vrijetijdssector. Ze leren ‘waardevolle belevenissen creëren’ en gaan dan werken als ‘weddingplanner’, ‘events manager’ of in de ‘food & hospitality’.
Ik vroeg me af of ze wel iets zouden hebben aan mijn lezing (Authentiek Presenteren – de titel alleen al zou genoeg moeten zijn om jonge mensen in slaap te brengen) maar werd uit mijn gemijmer gewekt door een zich plots voor mij openende automatische deur die me uit mijn evenwicht bracht omdat ik mijn hand al op de deurknop had.
Zo viel ik bijna de lift binnen.
Het was allemaal wel erg modern.
Bij elke verdieping werd door een strenge vrouwenstem aangekondigd dat we er waren, en of de deuren open- dan wel dichtgingen. Bij het uitstappen op de 6de verdieping struikelde ik bijna over een voorbij zoemende stofzuigerrobot.
Tegenover de lift hing een poster waarop de Open Dag van 28 maart aangekondigd stond: ‘Je leert hier door onzin heen kijken.’ Dat leek me een uitstekend motto in zo’n gebouw.
Gelukkig waren er ook voordelen aan de vooruitgang.
De koffie was gratis als je je eigen beker meenam en het gebouw… was eigenlijk adembenemend. Het leek wel een luxe hotel. Alles was open en doorzichtig. In de lokalen kon je studenten en docenten in glashelder daglicht zien zitten. Vanaf de hoge brede trappen keek je naar de Food Square beneden, waar je vanuit allerlei tentjes heerlijke etensgeuren tegemoet kwamen. En waar je ook kwam, overal had je leuke bankjes, zitjes en hoekjes van waaruit je uitzicht over de omgeving had. Er stond zelfs ergens een verrekijker waarmee je naar Schiphol kon turen.
Het zou nog even duren voordat mijn lezing begon. Ik installeerde me op de negende verdieping, pakte mijn zelfgesmeerde boterhammetjes met kaas uit, dronk koffie uit mijn eigen koffiemok en keek naar de toren van Ransdorp die oud, maar behoorlijk authentiek in de verte te zien was.
En toen vroeg ik me af wat Nescio hier allemaal van gevonden zou hebben.










