Remschijven in Amsterdam-Oost slijten niet minder ondanks de vele fietspaden in de wijk. De belasting wordt namelijk bepaald door het aantal keer dat er per kilometer geremd wordt, niet door de aanwezigheid van fietsers. Wie ervan uitgaat dat fietsinfrastructuur het autoverkeer en daarmee de belasting op remschijven vermindert, komt bedrogen uit. Op de doorgaande wegen van Amsterdam-Oost blijft de verkeersdichtheid hoog, met veel kruispunten en verkeerslichten die voor voortdurend remmen zorgen. Dit is precies de belasting waardoor remschijven merkbaar sneller slijten dan op een vrije weg.
Fietspaden verminderen weliswaar het aantal auto’s op sommige korte trajecten, maar dat effect slaat niet door naar de hoofdaders. Juist daar, waar de meeste kilometers worden gereden, telt niet hoeveel fietsers er zijn, maar hoe vaak een automobilist per kilometer moet afremmen. Wie op basis van deze belasting alvast remschijven zoeken op autodoc.nl wil, vindt daar een ruim aanbod voor de meeste automerken en modellen.
Amsterdam blijft koploper in filedruk
Cijfers van de TomTom Traffic Index bevestigen het beeld dat automobilisten in Amsterdam-Oost dagelijks ervaren. Volgens de editie 2024 had Amsterdam de traagst rijdende auto’s van heel Nederland, met gemiddeld 23 minuten voor 10 kilometer, de langste reistijd van het land. In 2025 liep dit verder op: een rit van 10 kilometer kostte gemiddeld 26 minuten en 26 seconden, ofwel 14 seconden meer dan in 2024. Tijdens de spits daalde de gemiddelde snelheid tot 19,8 km per uur, en automobilisten verloren in 2025 gemiddeld 97 uur per jaar aan filetijd, bijna 4 uur meer dan het jaar ervoor. De drukste dag van 2025 was donderdag 28 augustus, met een gemiddeld congestieniveau van 74 procent en een piek van 146 procent rond vijf uur ’s middags.
Deze cijfers worden bevestigd door het feit dat Rijkswaterstaat, de gemeente Amsterdam en ProRail 2025 zelf hebben aangemerkt als een jaar van extreme verkeershinder. Om de stad bereikbaar te houden riepen zij op tot een vermindering van het autoverkeer met minstens 20 procent, aanzienlijk meer dan de circa 10 procent afname die een gewone zomervakantie doorgaans oplevert. Juist in Amsterdam-Oost speelde dit een rol: aan de Middenweg en de Linnaeusstraat vond het hele jaar door groot onderhoud plaats, met werkzaamheden tot 31 maart en opnieuw vanaf 23 juni. Voor bestuurders op deze doorgaande wegen betekende dit extra oponthoud, omleidingen en dus extra remmomenten.
Waarom het verkeer in Amsterdam-Oost de remschijven toch zwaar belast
Meerdere factoren spelen hier een rol:
- Veel kruispunten met verkeerslichten zorgen voor herhaaldelijk remmen op korte afstand.
- Interactie met fietsers en voetgangers vraagt om extra voorzichtig, vaak vroegtijdig remmen.
- Smalle rijstroken naast fietspaden beperken de ruimte om geleidelijk af te remmen, wat tot krachtiger remmen leidt.
- Hoge verkeersdichtheid op de doorgaande wegen blijft bestaan, ondanks de aanwezigheid van fietsinfrastructuur.
- Wegwerkzaamheden en omleidingen, zoals in 2025 rond de Middenweg en Linnaeusstraat, veroorzaken extra stop-en-ga-verkeer.
Deze combinatie zorgt ervoor dat remschijven in een wijk als Amsterdam-Oost een vergelijkbare of zelfs hogere belasting kunnen hebben dan in gebieden zonder uitgebreide fietspaden.
Meer auto’s, meer fietsers, en toch geen ontlasting
Cijfers van Onderzoek en Statistiek Amsterdam laten zien waarom de druk op de weg niet vanzelf afneemt. Sinds 2015 heeft ongeveer een kwart van de volwassen Amsterdammers een auto, een aandeel dat al jaren stabiel blijft. Begin 2023 stonden er bijna 220.000 personenauto’s van particulieren in de stad, gemiddeld 0,4 auto per huishouden. Dat is het laagste cijfer van alle Nederlandse gemeenten, tegenover gemiddeld één auto per huishouden landelijk en in de Metropoolregio Amsterdam. Het aantal elektrische en plug-in hybride auto’s groeide in dezelfde periode aanzienlijk: van minder dan 10.000 eind 2019 naar ongeveer 30.000 begin 2023 en zo’n 40.000 eind 2023, een verviervoudiging in vier jaar tijd.
Tegelijkertijd fietsen Amsterdammers steeds meer. Uit een enquête van mobiliteitsaanbieder Shuttel onder werknemers van Amsterdamse bedrijven bleek dat het aantal gefietste kilometers per persoon per jaar steeg van 389 in maart 2024 naar 533 in maart 2025. Het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid verwacht dat het totale fietsgebruik, gemeten in afgelegde afstand, in 2030 zo’n 8 procent hoger ligt dan in 2023, met een groei van ongeveer 40 procent in het gebruik van de elektrische fiets. Deze groei van het fietsverkeer vertaalt zich echter niet in minder auto’s op de hoofdwegen: het aandeel autobezit blijft stabiel en de filedruk in de stad nam in 2025 juist toe. Voor remschijven op de doorgaande wegen van Amsterdam-Oost betekent dit dat de groei van het fietsgebruik geen verlichting brengt, terwijl de noodzaak om voor fietsers te remmen wel toeneemt.
Signalen van slijtage aan de remschijven
Automobilisten die veel in Amsterdam-Oost rijden, doen er goed aan alert te zijn op een aantal signalen. Trillingen in het stuur tijdens het remmen wijzen meestal op een ongelijkmatig afgesleten of vervormde schijf. Een krassend of schurend geluid duidt op vreemd materiaal of sterke slijtage op het remoppervlak. Een duidelijk langere remweg wijst op verminderde remwerking door slijtage, terwijl zichtbare groeven op het oppervlak wijzen op vergevorderde materiaalafname.
Europese regelgeving zet remstof voor het eerst op de agenda
Dat remslijtage geen bijzaak is, blijkt ook uit nieuwe EU-regelgeving. Momenteel is ongeveer 80 tot 85 procent van de totale deeltjesuitstoot van auto’s afkomstig van bandenslijtage, remslijtage, wegdekslijtage en opwervelend stof, en dus niet van de uitlaat. De Euro 7-norm, vastgelegd in Verordening (EU) 2024/1257, reguleert daarom voor het eerst ook fijnstof van remmen, naast bandenslijtage. De norm gaat gelden vanaf 29 november 2026 voor nieuwe typegoedkeuringen en vanaf 29 november 2027 voor alle nieuw geregistreerde personen- en lichte bedrijfswagens. Tot eind 2029 geldt voor volledig elektrische auto’s een grens van 3 milligram PM10-remdeeltjes per kilometer; voor auto’s met verbrandingsmotor, hybrides en brandstofcelauto’s ligt de grens op 7 milligram per kilometer.
Elektrische auto’s hebben op dit punt een voordeel: dankzij regeneratief remmen hoeven de mechanische remschijven en remblokken minder vaak te werken. Volgens een OESO-model is remslijtage bij elektrische auto’s goed voor 8 tot 11 procent van de niet-uitlaat-PM10-uitstoot, tegenover 25 tot 28 procent bij auto’s met een verbrandingsmotor. Onderzoek van het Fraunhofer-instituut IWU laat bovendien zien dat nieuwe roestvaststalen remschijven, in combinatie met anorganisch frictiemateriaal, de slijtage met meer dan 85 procent kunnen verminderen ten opzichte van conventionele gietijzeren schijven. Voor bestuurders die veel in stedelijk stop-en-ga-verkeer rijden, zoals in Amsterdam-Oost, kan dit type materiaal op termijn relevant worden. Volgens de sector kan bij gietijzeren remschijven vervanging bovendien al nodig zijn ruim voordat de gebruikelijke levensduur is bereikt, wanneer lange stilstandperiodes in combinatie met strooizout, veel korte ritten of een sportieve rijstijl de slijtage versnellen.
Waarom fietsvriendelijke straten niet automatisch remvriendelijk zijn
Een straat met veel fietsers vraagt van automobilisten juist extra oplettendheid en dus vaker remmen, niet minder. De aanwezigheid van fietspaden verandert weinig aan het aantal auto’s dat de hoofdwegen gebruikt, terwijl de noodzaak om voorzichtig te remmen bij elke fietser of voetganger wel toeneemt.
Zo beperkt u slijtage in stedelijk verkeer
- Vroegtijdig van het gas gaan, in plaats van laat en krachtig te remmen.
- Voldoende afstand houden, ook op korte stedelijke trajecten.
- Vooruitkijkend rijden bij kruispunten met veel fietsers.
- Remschijven regelmatig laten controleren, zeker bij overwegend stedelijk gebruik en bij veel korte ritten.
Wanneer vervanging nodig is
Vertonen de remschijven trillingen, een langere remweg of zichtbare groeven, dan is het verstandig ze te laten controleren en indien nodig te vervangen.
Wie regelmatig door Amsterdam-Oost rijdt, doet er goed aan de staat van de remschijven niet te onderschatten. De cijfers over filedruk, autobezit en fietsgroei laten zien dat de aanwezigheid van fietspaden weinig verandert aan de daadwerkelijke belasting die dicht stadsverkeer met zich meebrengt. De nieuwe Europese regelgeving bevestigt bovendien dat remslijtage inmiddels ook op EU-niveau serieus wordt genomen.
Onderstaand overzicht vat de vier belangrijkste signalen samen waaraan automobilisten slijtage aan de remschijven kunnen herkennen: trillingen in het stuur, een krassend of schurend geluid, een merkbaar langere remweg en zichtbare groeven op het remoppervlak. Bij het optreden van een of meer van deze signalen wordt aanbevolen de remschijven te laten controleren door een erkend garagebedrijf.











