‘Rob Zwetsloot heeft zich teruggetrokken uit het openbare leven, geniet van zijn welverdiende oude dag en leeft als een kluizenaar in een spartaans ingerichte woning op een eiland in de stad,’ zo omschrijft hij zichzelf.
Dat eiland blijkt de Binnenkadijk, samen begeven we ons naar Café Scharrebier. We bestellen een koffie, het is net na lunchtijd en nog te vroeg voor een Westmalle Tripel, zoals onze buurman drinkt. Zwetsloot rijdt zijn elektrische rolstoel met een vloeiende gang het terras op.
Nog voor het interview is begonnen, vertelt hij dat hij deze ochtend een column heeft afgerond, samenwerkt met Kabier Noor Mohamed – de Hindoestaanse Hazes uit de Bijlmer – en ter gelegenheid van het WK een lied over Trump schreef: The United States is a Dump, Runned by Donald J. Trump.
Is het WK een inspiratiebron voor jou?
“Ik heb vanmorgen een stuk geschreven over het woord ‘wedstrijd’, dat eigenlijk uit twee woorden bestaat: wed en strijd. Zo is het ontstaan in de oudheid, toen de Barbaren wedden om een strijd. Ze wedden om hun vrouwen, hun huis, hun land en natuurlijk om geld. Zo zorg ik deze weken voor wat duiding.”
Je bent van vele markten thuis. Een generalist, zou een moderne manager je noemen.
“Ik voel me meer gekke Henkie, maar dank je wel voor de aardige woorden.”
Jouw wieg stond in Haarlem, je kwam naar de stad om arbeidsverhoudingen te studeren.
“Na mijn middelbareschooltijd had ik een baantje bij de FIOD, de fiscale opsporingsdienst. In de bibliotheek runde ik het archief. Op kosten van de belastingbetaler volgde ik cursussen zoals juridische constructies en geldstromen, en daar heb ik mijn hele leven plezier van gehad. Van het werk an sich werd ik doodongelukkig, maar ik kon wel sparen voor mijn studie. Het heette de Academie voor Arbeidsverhoudingen, zat in de Kanaalstraat en bestaat niet meer. Tijdens die studie ontmoette ik een paar ouderejaars die stukjes schreven voor allerlei krantjes. Ik werd gevraagd of ik ook wat wilde tikken en de rest is geschiedenis.”
Het was begin jaren tachtig, de tijd van de massawerkloosheid.
“Na mijn studie kwam ik bij de sociale dienst en de meneer van het Arbeidsbureau zei: we bellen u terug. Nooit meer wat van gehoord. Maar in die tijd werd ik ook gevraagd om stukjes voor De Waarheid te schrijven. Mijn eerste artikel ging over kraakpand Wyers. Ik was daar de avond voor de ontruiming en de kop was: De laatste avond Wyers. Een paar jaar later heb ik de overstap naar tv gemaakt.”
Hoe kwam dat zo?
“Ik speelde in een punkbandje, Dom, Lelijk en Gemeen, en de gitarist vertelde dat ze in de Staatsliedenbuurt een videoproject gingen doen voor de lokale tv. Het leek mij leuk om te kijken hoe tv maken precies werkte en dat was het begin van het hele gebeuren.”
Je hebt ook dingen in Hilversum gedaan, voor de VPRO en de KRO.
“Het was de tijd dat ik bij Salto werkte en dankzij allerlei subsidies was alles goed geregeld. Toen kwamen er ook producenten langs met ideeën. Bijvoorbeeld voor een kunstprogramma. Het nadeel van die mensen was dat ze altijd controle wilden, en ik ben niet zo van de controle. Voor het jongerenprogramma Loods 6 was ik een reporter op een motor en daar hield ik Woody Allens’ motto hoog in het vaandel: take the money and run.”
In 2008 werd MS bij je geconstateerd, je wist het eigenlijk al sinds 1990. Dat heeft je nergens van weerhouden.
“Ik wil het niet te veel over mijn gezondheid hebben. Oude mensen en mensen met een beperking hebben een dagbesteding, en ook ik moet de dag door. Dat doe ik met dingen waar ik plezier in heb. Muziek maken, interviewen, schrijven.”
Onder plezier maken versta je ook op een terras zitten. Waarom wilde je hier afspreken?
“Dit is een plek waar ik graag kom. Net zoals bij alle horeca hier in de buurt. Een heel mensenleven terug was ik eens aan de overkant, bij Orloff Amsterdam. Sylvia Kristel woonde op vierhoog boven het café en als ik er wel eens langs fietste, dan zag ik haar, eenzaam aan de bar met een glas wijn. Maar ik was een te verlegen jongen om naar binnen te stappen en haar tot een interview te verleiden.”
Waar eet je graag?
“De Italiaan hiernaast, Verena. Meestal neem ik een pasta. De laatste keer was dat met spek en tomatensaus. De tiramisu is heerlijk en wordt gemaakt door de vrouw des huizes. Ook eet ik met mijn vriendin graag in Plancius, en als er vrienden uit Haarlem komen doen we sjiek en gaan we naar de Plantage, het restaurant bij Artis.”
In welke winkels kom je?
“Wederom met de vriendin, die me meeneemt naar de Action in Oostpoort. Kleding koop ik niet heel veel. Het shirt dat ik nu aan heb komt bij de Perry Sport vandaan, die keten bestaat niet meer. Soms koop ik wel kleding als ik op vakantie ben.”
Waar ga je graag naartoe als je Amsterdam verlaat?
“De duinen. Katwijk, Egmond, Texel of Julianadorp. Omdat ik vlak bij de duinen ben opgegroeid is het toch een beetje mijn jeugd. Even lekker door de duinen rijden. De wind door mijn haar voelen en de geuren ruiken. Heerlijk.”


