De veranderende stad - van IJ tot Z

Zomerdans op de vulkaan

‘Corona maakte deze zomer versneld zichtbaar wat in de toekomst vaker zal plaatsvinden: overlast en conflictsituaties in de publieke ruimte.’

De plekken in de stad die gewoonlijk verkoeling brengen, raakten deze zomer oververhit. Normaal bieden zwemsteigers, stadsstrandjes en -parken rust en ontspanning, nu waren het vulkaantjes waar rook uitkwam. Ook in Oost. Schokkend waren de twee verdronken volwassenen op het strand van IJburg. Eerder die week moest daar een 5-jarig jongetje gereanimeerd worden. Nabij de Amstel vond men in het water bij oeverpark Somerlust een 19-jarige Duitser. Ook elders in de stad was het venijnig raak. Aan de Schinkel ontstond extreme overlast voor woonbootbewoners, een bootbewoner werd bedreigd met een pistool. Klagers kregen blote billen naar zich gericht. Op een zwemsteiger van het strand aan de Nieuwe Meer schoot een horlogedief op klaarlichte dag een badgast dood. 

Van publieke recreatieplekken ging opeens dreiging uit. Er werd gedanst op harde muziek en ’s ochtends lagen de steigers en parken bezaaid met lege blikjes en lachgaspatronen. Dan waren er nog wat issues rond de blootmoraal. Het Parool besteedde aandacht aan een incident aan de Amstel, waar meisjes in bikini werden gefotografeerd door mannen. Verloor de zwemsteiger deze zomer haar onschuld? 

Ratten en eenden
Ik denk terug aan mijn eigen jeugd in het Amsterdam van de jaren zeventig en tachtig. Niemand zwom in openbaar water – behalve eenden en ratten. De Amsterdamse grachten en plassen waren een open riool. Parken en plantsoenen leken in niets op de huidige evenementenpleinen van gras. De stoep was een zone waar je de voordeur in ging. En natuurlijk ook een speelplek om te rolschaatsen, knikkeren en skelteren. Nu zijn trottoirs regelmatig geannexeerd als privéterras, bewoners sippen er ’s avonds witte wijn en rosé. Op Borneo-eiland slalomde ik tien jaar geleden al met de kinderwagen langs XL-picknickbanken, territoriale moestuinbakken en pontificaal opgestelde bakfietsen.
Sommige buurten zijn nu een walhalla voor kinderen. In mijn jeugd waren er nauwelijks voetbalveldjes – trainingsjackjes fungeerden als doelpalen. Nu heeft elke buurt kunstgrasveldjes en voetbalkooien. Leuke speeltuinen zaten vroeger achter de hekken van een vereniging. Oost heeft tegenwoordig een fine fleur aan speeltoestellen – denk alleen maar eens aan de oprukkende kabelbaan annex ‘kabaalbaan’. Met als overtreffende trap het gigantische skatepark op Zeeburgereiland. 

Nieuwe stedelingen
Wat is wijsheid als het gaat om de publieke ruimte – straten, pleinen, parken en wateren – die aan woningen grenst? Vorig jaar stapten omwonenden van de zwemsteiger op de Borneokade naar de rechter vanwege geluidoverlast. Speel- en recreatieruimte is belangrijk, maar nachtrust ook. Wat als die elkaar bijten? Corona maakte deze zomer versneld zichtbaar wat in de toekomst vaker zal plaatsvinden: overlast en conflictsituaties in de publieke ruimte. Oorzaak: de veranderde stadsmens in combinatie met het op hol geslagen klimaat. Wat betreft klimaat: in de alsmaar warmere stad zoeken we de komende decennia nog vaker de buitenlucht op. Wat de nieuwe stedeling betreft: door internet is elke inwoner een hybride. Tegelijkertijd inwoner, toerist, werknemer, sporter, producent en consument. De twintigste-eeuwse functiescheiding – wonen, winkelen, sporten en uitgaan op aparte daarvoor aangewezen locaties – is passé. De picknickbank voor je deur is je kantoortuin, de sportschool bevindt zich in het park, de oeverkade is je feestruimte en het zwembad ligt aan de steiger iets verderop. De hybride (en trouwens ook assertieve) inwoner streept klassieke grenzen weg, al zijn ze in de bestemmingsplan nog ouderwets gescheiden. Groen (bos en park), blauw (water), rood (kantoor en woongebouwen) en oranje (bedrijventerrein) zullen in elkaar overvloeien. Die ontwikkeling zal door snel toenemende inwonerdichtheid sterker worden, over twintig tot dertig jaar leven we in een compleet ander Amsterdam. 
Het gaat erom tijdig mee te veranderen. En daar zit wel een puntje. We behandelen de stad van 2020 alsof het 2000 is. Het gebruik van de buitenruimte is compleet veranderd, maar de regels, toezichthoudende faciliteiten en veiligheidsvoorzieningen zijn van toen. De perikelen rond zwemplekken illustreren dat er serieuze issues zijn op het gebied van veiligheid, gezondheid en ethiek. Laten we snel nieuw beleid maken voordat de vulkaan uitbarst.



Bas Kok is auteur van het boek Oerknal aan het IJ, waarin hij de geschiedenis van Amsterdam schetst, bezien vanuit Noord. In zijn bijdragen voor de Brug schrijft hij over de veranderende stad. Geschiedenis en toekomst komen in zijn stukken vaak samen, want volgens Bas pendelt het heden van een stad tussen verleden en toekomst. Bas groeide op in Noord, waar hij nog steeds woont. Tussen 2000 en 2012 woonde hij op Borneo-eiland. Sindsdien heeft hij bijzondere aandacht voor het IJ en de grensgebieden tussen Noord en Oost. Bas is voorstander van een of meer bruggen over het IJ, dus het wekt geen verbazing dat de titel van deze krant hem aanspreekt.