Ik fietste langs de bouwketen in mijn buurt. De brug was weliswaar weer open, maar de Archimedesweg lag er nog steeds bij als een oorlogsgebied.
Zoals u weet is onze buurt al jaren in de greep van een hysterische klus- en bouwmanie, die behalve ‘vooruitgang’ en duurdere huizen voor mensen die toch al rijk zijn vooral veel opengebroken straten, stof, gedreun, getril en gepiep van achteruitrijdende vrachtwagens heeft gebracht.
In de bouwkeet zag ik de voorlichtster van de werkzaamheden zitten, over haar computer gebogen. Even overwoog ik om als een ouwerwetse boze witte man af te stappen en naar binnen te benen, om dan als kapitein Haddock tegen haar en de koffieleutende werklui uit te varen:
‘Duizend bommen en granaten! Stelletje onverlaten! Basji-Boezoeks! Hoe lang gaat deze razernij nu nog duren? Waarom breken jullie alles weer open nadat je het net hebt bestraat? Hoe lang gaan die vrachtwagens nog door onze straten denderen? Trilplaten onze ramen laten beven? Slijptollen ons gehoor vernachelen? Hebben jullie ectoplasma’s niet door dat de hele buurt het strontzat is? Het heeft gehad met jullie zogenaamde “transitie”?!’
Maar ik weet wat er zou gebeuren.
De voorlichtster zou op me afkomen en geruststellende woorden spreken. Ze zou zeggen dat het inderdaad heel vervelend is en dat ze mij natuurlijk begrijpt en mijn zorgen serieus neemt. En of ik niet een kopje koffie wil. En dat ik voor verdere informatie op de website kan kijken. Of een klacht kan indienen.
‘Maar ik wil geen klacht indienen!’ zou ik dan schreeuwen. ‘IK WIL DAT HET STO-HOPT!!!’ (Hierbij zou ik misschien op de vloer kunnen gaan liggen als een stampvoetende kleuter).
Ik verwierp mijn Haddock-fantasieën en fietste door over de stoep. Zo kwam ik langs bakkerij Mas. En daar zag ik tot mijn vreugde dat, zoals elke ochtend, een klein groepje moeders, vaders, expats en studenten zich onder de regenboogvlag van de zaak man-, vrouw- en mensmoedig aan het verzetten was tegen de idiote bouwmanie.
Terwijl verderop de machines staan te beuken drinken deze rebellen onverstoorbaar hun havermelkcappuccino’s en genieten van kaneelbroodjes om te bewijzen dat geen enkel industrieel geweld bestand is tegen hun goede humeur.
En zij zullen blijven zitten, desnoods tot 2036, als een stil protest tegen alle herrie.
Ikzelf zou het er geen seconde uithouden, maar ik bewonderde hun moed. Dus ik balde mijn vuist en zei ‘no pasarán!’ tegen een van de koffiedrinkers, maar hij leek het niet te begrijpen.










