Is Marcel van Roosmalen ook een goede cabaretier?

Deze week is de voorstelling Ik mag niet klagen van Marcel Roosmalen in première gegaan. Naast schrijver, columnist, presentator en podcastmaker is hij nu ook cabaretier. Van Roosmalen vertelt vlot en grappig, met een rustige stem, over alledaagse situaties.

Door Claudine Jansen

De afgelopen weken was het haast onmogelijk om níét ergens een reportage, interview of ander soort artikel over en met Marcel tegen te komen. “Zelfs liggend op de voorpagina van het Volkskrant Magazine” — zoals hij met gevoel voor humor en zelfspot in zijn show Ik mag niet klagen vertelt.

Ongekende productie
De productie van Van Roosmalen is ongekend. Twee keer per week schrijft hij een column voor NRC, op de NPO heeft hij een wekelijks televisieprogramma en elke werkdag neemt hij een podcast op met Gijs Groenteman. Dankzij deze stortvloed is bij velen bekend dat hij lange tijd -en met grote tegenzin- in Wormer heeft gewoond en sinds 2023 weer is teruggekeerd naar de Watergraafsmeer in Amsterdam-Oost.
De man die columns en boeken ogenschijnlijk moeiteloos uit zijn mouw schudt, staat nu op het podium. Maar gaat dat hem net zo gemakkelijk af?

Gemêleerd publiek
De show is stijf uitverkocht, ik weet een plek op de gastenlijst te bemachtigen. Het publiek is deze woensdagavond gemêleerd, met verschillende generaties door elkaar. Voorafgaand aan de show is het rondom de bar gezellig druk, de sfeer verraadt dat mensen er zin in hebben. Twee vrouwen komen binnen, verdiept in een geanimeerd gesprek. Op mijn vraag wat ze van de voorstelling verwachten zegt de een dat ze Marcel vaker met iemand samen zag optreden en dat ze hem altijd de betere vond. Nu is ze blij dat hij eindelijk solo op het podium staat. De andere vrouw vult aan ‘dat twee van haar vriendinnen geen zin in Van Roosmalens gezeik hadden,’ maar dat zij juist enorm kan lachen om zijn droge humor. In de zaal zitten twee dertigers naast mij die hun vader een kaartje hebben gegeven voor zijn verjaardag.

Woonkamer
Het decor doet denken aan een woonkamer. De intro muziek is lichtvoetig, afgewisseld met jazz, beetje chaotisch en onvoorspelbaar, precies passend bij Marcel. In een keurig pak vertelt hij meteen over zijn dieptepunt in Gelderland. Hij wijst een stoel aan die rechts op het podium staat. Het is de beruchte stoel waarop hij ging zitten toen hij tijdens de show in Gelderland volledig de draad kwijtraakte en niet meer wist waar hij het over had.

Hulpmiddelen
Ondertussen gaat het beter. Samen met zijn producent heeft Van Roosmalen een aantal hulpmiddelen verzameld die hem houvast bieden en aanknopingspunten geven om zijn verhaal vorm te geven.
Hij vertelt vlot en grappig, met een rustige stem over alledaagse situaties, zoals het bestellen van een tv en de onverwachte worsteling om de juiste afstandsbediening te krijgen. Met veel zelfspot en humor schetst hij hoe iets eenvoudigs al snel kan uitgroeien tot een klein avontuur. Daarbij is hij opvallend eerlijk over zichzelf, onder andere over zijn moeite met regels en structuur. Telkens pakt hij een ander voorwerp uit de kast achter hem, zoals een fotolijstje van zijn familie. We krijgen naar aanleiding daarvan grappige en aandoenlijke anekdotes over zijn ouders en zijn broer te horen. Het hele publiek barst in lachen uit wanneer hij zijn vader en de invloed van Jan Terlouw ter sprake brengt.

Beruchte stoel
Hij vertelt aan één stuk door, en het publiek lacht veel. Zelfs wanneer hij uiteindelijk op de beruchte stoel gaat zitten – waar hij eerder al voor had gewaarschuwd – blijft de sfeer goed en pakt het moment verrassend goed uit.
De show in Amsterdam wordt goed ontvangen. Wanneer ik aan het einde aan een man vraag hoe het was, antwoordt hij in één woord: “hilarisch”. Zijn partner is het daarmee eens. Ook ik ben het daarmee mee eens, met een kleine kanttekening. Voor mijn gevoel kwam er wat te veel Vitesse aan bod. Dat had ik overigens ook gezegd als het Ajax was geweest.