In de Jas

‘Ik dacht: ik moet door’

Lisette Wellens (30) zou je kunnen kennen van AT5 en RTL Live. Achter de schermen werkte ze bij nog veel meer programma’s. Maar steeds moest ze door, nieuwe dingen ontdekken. Nu presenteert ze drie keer per week Goedemorgen Nederland op NPO 1, vanaf 7.00 uur. Dan gaat de wekker om 2.30 uur. Zwaar? “Mwah.” Ze kan moeilijk stilzitten en praat snel. “Ik heb veel energie.”

WNL
“Een rechtse omroep, dat klopt. Maar ik mag binnen de kaders mijn eigen onderwerpen bepalen. Alles wat na 21.00 uur ’s avonds gebeurd is, is in principe geschikt voor het ochtendnieuws. Het kan de waan van de dag zijn of wat me aanspreekt. Laatst bijvoorbeeld, hoorde ik van twee jongens van 15 jaar hier uit de buurt, die twee overvallen op één avond pleegden. Dan denk ik: wow, bizar. Het moet zo actueel mogelijk, en dat is ook mijn uitdaging. In mijn hoofd ben ik er altijd mee bezig.”

Autocue
“Ik presenteer de nieuwsblokken, drie dagen per week, vanaf 7.00 uur. Om 2.30 uur gaat de wekker, om 4.00 uur ben ik in de studio. Tussendoor heb ik het nieuws gelezen, meestal via Blendle, en onderwerpen bedacht. Een redacteur scant intussen het regionieuws. Er is geen autocue. Ik heb een iPad met wat steekwoorden erop. Dat is best spannend, je moet geconcentreerd zijn, snel denken en scherp zijn. Het werk is echt heel leuk, ik heb voor het eerst het gevoel dat ik op mijn plek zit.”

Kriterion
“Om 11.00 uur ben ik thuis, dan doe ik de normale huisdingen. Vaak sport ik eerst, bij SportCity aan de Wibautstraat. En ik ga regelmatig naar de bios, even mijn hoofd leegmaken. Filmtheater Kriterion is vlakbij, dat is ook plek waar ik ooit mijn eerste film zag: Pippi gaat van boord. Ik heb er wel een band mee. Om genoeg slaap te halen zou ik om 20.00 uur naar bed moeten, maar dat haal ik nooit. Gelukkig heb ik veel energie.”

AT5
“Het leek me goed om er nog wat naast te doen, me verder te ontwikkelen. Bij AT5 lees ik regelmatig het nieuws. Grappig, want bij AT5 draait het juist allemaal om de autocue. Zo leer ik veel facetten van het vak. Ik doe er ook het programma De Straten van Amsterdam. Met bijzondere verhalen van bewoners, een feest om te maken, een soort buitenspelen.”

Curaçao
“Ik wilde altijd het Jeugdjournaal presenteren, dat was mijn doel. Na de School voor Journalistiek in Utrecht heb ik op Curaçao bij het Jeugdjournaal gewerkt. Op dat eiland ben een paar jaar gebleven, werkte er ook voor de Wereldomroep en maakte er – met een bevriende fotograaf – het boek Kabei Krioyo over mensen met bijzondere kapsels, want die zie je daar veel. Het was een fijne plek om te zijn, maar echt een eiland. Ik wilde groeien, dat was daar niet voldoende mogelijk.”

En door
“Terug in Nederland kon ik bij Hart van Nederland aan de slag, waar ik heel snel leerde monteren, wat nu goed van pas komt. Toen ineens die vacature bij het Jeugdjournaal voorbij kwam. Ik heb er ruim drie jaar gewerkt. Maar mijn ambitie, verslaggeven en presenteren combineren, kon ik er uiteindelijk niet vervullen. Het was lastig – je werkt tóch bij de NOS – maar ik ben weggegaan. Ik dacht: ik moet door, ik zie wel waar het schip strandt. Via RTL Live – dat steeds meer de entertainmentkant opging, en toen ik mezelf terugvond met een item in een dierenasiel waar ik hondenbrokken moest aanprijzen dacht ik: dit past me niet – heb ik nu een droombaan gevonden. Ik ben een nieuwsdier.”

Heimwee
“Sinds afgelopen voorjaar woon ik in de Oosterparkbuurt, ervoor in de Indische Buurt. Ik ben geboren in Zuidoost en met mijn ouders op mijn derde naar Almere verhuisd. Net zoals starters nu, konden zij destijds ook geen huis kopen in Amsterdam. Maar de link met Oost is altijd gebleven. Ik had zwemles in het Sportfondsenbad. Elke zaterdag ging mijn vader met mij er met de trein naartoe, gewoon omdat hij weer even in Amsterdam wilde zijn.”

Amsterdam-Oost
“Ik kom graag in Javastraat. Daar zit mijn schoenmaker Hillie’s en Hodo Mobile, waar ik mijn mobiele telefoon laat maken, ik ben er een kluns mee. Verder vind ik restaurant Vijfnulvijf aan de Insulindeweg te gek. Aziatische streetfood klinkt hippig, maar het is ongelooflijk lekker. De sfeer is goed en het zijn aardige jongens die het allemaal zelf bedacht hebben. Roopram Roti aan de Eerste van Swindenstraat is voor mij een heimweeplek, het doet me denken aan mijn stagetijd in Suriname.
Hardlopen doe ik graag in het Flevopark, bij Linnaeusboekhandel word je goed geholpen en bij Hartog haal ik rozijnenbrood, ook dat doet me denken aan vroeger. Het Flevoparkbad bezoek ik in de zomer, daar komt alles samen.”

Lees ook, onder anderen, Merel Westrik en Chris Bajema in De Jas.