De Jas

Def P: ‘Ik ben een rappende dinosaurus’

Pascal Griffioen (Amsterdam, 16 december 1969), beter bekend als Def P, is een Nederlandse rapper die vooral bekend werd als frontman van de Osdorp Posse. Pascal woont met vriendin en twee kinderen sinds vijf jaar aan de Veemkade in het Oostelijk Havengebied, en verhuist binnenkort naar een plek vlakbij.

Wat vind je van de Veemkade?
“Helemaal te gek. Leuke mensen, relaxte sfeer. Omdat het hier allemaal schiereilanden betreft is het voor stadse begrippen redelijk rustig. Er komt alleen maar bestemmingsverkeer. Je zit bijna letterlijk op een steenworp afstand van het Centraal Station en toch tref je hier soms een bijna dorpse rust. Het is uitzicht is heel ruim. Je ziet allemaal mooie boten voorbij komen. Bijna een havengevoel. Ik krijg altijd een vakantiegevoel als ik zo’n cruiseschip zie liggen. Zeker in de zon. Het uitzicht verveelt nooit.”

Op welke plekken ben je in deze buurt vaak te vinden?
“Je kunt beter vragen waar ik niet heen ga.”

Waar ga je niet heen?
“Ik heb twee kleine dochtertjes. Ik ga met hen zo’n beetje alle speeltuinen in de buurt af. Dus ik kom overal.”

Alle speeltuinen, heb je daar dan tijd voor?
“Ik maak er tijd voor. Kijk, mijn vrouw heeft een goede baan. Dus in principe kunnen we alleen al van haar salaris rondkomen.”

Maar jij hebt toch ook een goede baan?
“Het is maar hoe je het ziet. Ik ben artiest en dat is over het algemeen geen vetpot in Nederland. Het topje van de ijsberg kan er goed van leven, maar de grote moot moet behoorlijk hard werken om rond te komen. De laatste tijd treed ik heel weinig op. Het is hard werken. Je bent soms om vijf uur thuis, en om zes uur staat die kleine al weer op bed te springen.”

Maar je hebt nu wel veel tijd voor die speeltuinen.
“Iemand moet het doen.”

Wat is je favoriete speeltuin?
“Ik haat ze allemaal. Ik vind het gewoon supersaai. Mijn dochters vinden het helemaal te gek. Dus ik doe het voor hen. Maar als je mij vraagt: ga je voor de lol naar de speeltuin? Dan zeg ik: nee, ik doe het voor hun lol. Ik ren meestal achter mijn jongste dochter aan. Als je die ook maar even uit het oog verliest klimt ze op de allerhoogste glijbaan. Ze denkt wel dat het goed gaat allemaal, maar je houdt je hart vast als je ziet wat voor capriolen ze uithaalt. Ik heb gewoon niet zoveel met speeltuinen, maar de leukste vind ik Flevor in het Flevopark. Daar is wat meer ruimte, er staat een hek omheen zodat je als ouder niet de hele tijd bang hoeft te zijn dat ze in de gracht springen of de weg op rennen.”

Vind jij andere ouders ook zo erg?
“Het is gewoon niet mijn wereldje, ik heb er niet zoveel mee. Ik doe gewoon mijn best om een goede vader te zijn, maar het is niet mijn kopje thee. Begrijp me niet verkeerd: ik vind mijn kinderen heel leuk, maar ‘vader zijn’ was nooit een wens van me. Als je aan kinderen gaat beginnen staat je leven helemaal op zijn kop. Mijn carrière is eigenlijk non-existent nu, ik ben fulltime vader. Dat komt: zij heeft een fulltimebaan. Als wij een hypotheek aanvragen moet dat op haar salaris. We gaan trouwens binnenkort verhuizen.”

Waarnaartoe?
“Binnen deze buurt. Waar precies, dat ga ik de lezer niet aan zijn neus hangen.”

Waar drink je graag koffie?
“Ik ben het liefste thuis aan het werk. Mijn werk is mijn hobby en ik vind het heel erg als ik niet aan het werk ben. Ik zit het liefste achter mijn schildersezel of mijn bureau, als workaholic zijnde. Lekker mijn ding doen. Ik heb een atelier gehad naast het Vliegenbos in Noord, dat was onpraktisch vanwege die pont. Als je een uurtje over hebt ga je niet zo snel met een pont. We gaan nu verhuizen binnen de buurt en dan krijg ik een atelier onder onze woning. Ideaal, want dan kan ik op ieder vrij moment aan het werk.”

Dus we zien binnenkort een creatieve opleving?
Een klein beetje, over twee jaar leeft het pas echt op. Dan gaat mijn jongste dochter naar school en dan ben ik opeens alle ochtenden vrij. Tegen die tijd heb ik ook een carrièreswitch gemaakt. Ik heb altijd geleefd van de muziek, maar de laatste tijd is het meer tekenen en schilderen. Dat heb ik er altijd al naast gedaan. Dat rappen is fysiek en mentaal zo inspannend, dat kan je niet tot je tachtigste blijven doen.”

Dat zou wel cult zijn.
“Ja, maar je bent ook afhankelijk van de interesse van het publiek. Bij hiphop groeit het publiek in tegenstelling tot blues en jazz niet met de artiesten mee. Het blijf een jonge scene. Ik ben een rappende dinosaurus. Ik heb mijn naam mee, maar het zijn niet meer de jaren negentig, toen ze met slaapzakken voor de deur lagen.”

Meer De Jas.