‘Nu roep ik af en toe come on girls’

Martin Vriesema is verslaggever bij Studio Sport en schreef verschillende boeken. Over sporters. Hij stelde destijds dé vraag aan Ajax-coach John Heitinga. Terwijl hij De Jas aantrekt: geloof het of niet, maar bij Studio Sport is mijn bijnaam ‘de jas’.

Zullen we afspreken in de kantine van WV-HEDW, de voetbalclub waar mijn dochter speelt en waar ik met grote regelmaat langs de lijn sta, appt Martin Vriezema. Voor Studio Sport maakte hij reportages bij grote zwemevenementen, hij was erbij toen Max Verstappen wereldkampioen werd en stelde aan John Heitinga, toen nog coach van Ajax, de veelzeggende vraag of hij een dead man walking was.

Terwijl hij poseert in De Jas voor het hoofdveld van Wilhelmina Vooruit – Hortus Eendracht Doet Winnen, gehuisvest aan het einde van Sportpark Middenmeer, kan hij een glimlach niet onderdrukken. “Toeval of niet, maar bij Studio Sport is mijn bijnaam ‘de jas’,” zegt hij. “Als verslagever hebben we geen vast bureau, je moet zitten waar plek is. Heel vaak hou ik mijn jas aan en doe ik die pas uit als ik in de montagestudio zit. Dat viel op en toen vroeg iemand of ‘de jas’ er al was, verwijzend naar mij. Zo word ik nog steeds genoemd.”

Hoe is het om als professional het voetbal van je dochter hier te volgen?
“Ik moet het wel een beetje leren. Dacht ik: doe nou dát of maak die loopactie. Ik merkte dat ze dat niet leuk vond en mijn vrouw zei ook dat ik stil moest zijn. Op een gegeven moment zag ik dat het onzin was. Nu roep ik af en toe come on girls.”

Vrouwenvoetbal wordt hier bij WV heel serieus genomen.
“Dat vind ik mooi. Mijn dochter begon hier 22 jaar geleden op 12-jarige leeftijd, toen waren er nul teams. Nu zijn het er 26. De meidenteams hebben samen meer dan vijfhonderd leden. Heel veel clubs in Nederland hebben in totaal niet eens vijfhonderd leden.”

Iets voorbij het hoofdveld zie je de heilige grond van het vroegere stadion De Meer.
“Mijn carrière ben ik ooit begonnen bij AT5, toen kwam ik er veel. Het was in 1995, toen Ajax de Champions League won. Als beginnende zender profiteerde AT5 daarvan. Natuurlijk is het jammer dat het stadion uiteindelijk wegging, maar je beseft natuurlijk dat het moet.”

Wat is een concrete herinnering aan die tijd?
“Louis van Gaal. Voor ons was hij best streng en soms echt ingewikkeld. Ook om te interviewen. Maar hij had ook iets magisch.”

Recent interviewde je John Heitinga die je een dead man walking noemde.
“Dat vind ik niet, ik voel nog genoeg steun, was zijn repliek. Ik stelde de vraag de avond voor Marseille en in eerste instantie was ik tevreden met het antwoord. Toen Ajax zich de volgende dag kinderlijk liet wegspelen had ik wel een gevoel van schaamte. Ik vroeg hem of dit zijn laatste wedstrijd was geweest en hij verweet me dat ik aan het ‘zoeken’ was. De vraag was hard, en intern hebben we daar ook over gediscussieerd. De een vond het mooi, een ander zei dat ik er met gestrekt been in ben gegaan.”

Veel mensen kennen je niet van het voetbal maar als zwemverslaggever.
Wij worden heel breed ingezet bij Studio Sport. Je houdt van sport en moet alle kanten op kunnen. Voetbal, Formule 1 en zeker ook zwemmen. Ik was erbij toen Ranomi Kromowidjojo op de Olympische Spelen van 2012 in Londen goud won, zowel op de 50 als de 100 meter vrije slag. Dat vergeet je natuurlijk niet.”

Bij Max Verstappen zat je ook precies op het juiste moment op de perstribune.
“De Grand Prix van Abu Dhabi vormde het einde van een zeer intens Formule 1-seizoen in 2021. Lewis Hamilton stond bij aanvang aan kop en Max Verstappen werd uiteindelijk kampioen met als hoogtepunt een controversiële laatste ronde. Iedereen stond op z’n kop. Dat is sport op z’n mooist.”

Kun jij dan afstand bewaren?
“Dat denk ik wel. Om me heen zag ik mensen die geëmotioneerd waren en ook collega’s feliciteerden elkaar. Ik vind niet dat je journalisten hoeft te feliciteren, wij zijn er voor het verslag.”

Veel popjournalisten hadden eigenlijk in een bandje willen zitten. Wilde jij ooit een beroemd sporter worden?
“Ik vrees van wel. Ik kom uit Drenthe, speelde bij Vitesse’63 en het was de tijd van selectiewedstrijden. Mijn vereniging deed dat niet uit angst om talenten kwijt te raken. Dat hoorde ik later overigens, en hiermee wil ik niet zeggen dat ik anders profvoetballer was geworden. Toen ik jaren later naar Amsterdam verhuisde, heb ik nog bij Swift gespeeld.”

Soms leidt je tv-werk ook tot een boek.
Honger naar goud is een boek over sporters die richting de Olympische Spelen gaan en Over de grens gaat over Nederlandse voetbalcoaches in het buitenland. Het laatste boek dat ik heb geschreven is er eentje over Martin Verkerk, de oud-tennisser die uit het niets de finale van Roland Garros haalde. Een schitterend figuur, een beetje rock-’n-roll en gek op drank en vrouwen. Daar in Frankrijk ging hij iedere avond naar hetzelfde Japanse restaurant, waar hij steeds hetzelfde bestelde. Puur bijgeloof. Zolang hij bleef winnen wisselde hij niet van menu.”

Van sterkedrank en Franse vrouwen naar Oost. Waar kom je graag?
“We waren een van de eerste bewoners van IJburg, ik heb nog meegemaakt dat de supermarkt een tent was. Het eerste dat in mij opkomt is N.A.P., het restaurant dat sinds 2008 in de haven zit en waar je lekker kunt eten en drinken. Iets dichterbij in Oost zijn De Groene Olifant en Bar Bukowski, ook prima tenten. Heel vroeger, toen ik net in Amsterdam studeerde, waren dat overigens andere plekken. Denk aan Dansen bij Jansen en de Escape.”

En qua winkels?
“IJburg Boeken op de IJburglaan. Ik heb daar het laatste boek van Rolf Bos gekocht, Russische Spelen. Sport en politiek in het olympische jaar 1980. Een zeer goed boek dat eigenlijk het sportboek van het jaar had moeten worden.”

Waar ga je naartoe als je de stad verlaat?
“Ik reis binnenkort Max Verstappen achterna naar de Nürburgring. Later deze zomer hoop ik naar Amerika te gaan voor het WK voetbal. Ik ben in elk geval geaccrediteerd. Mijn vrouw vindt dat ik vanwege de politiek niet mag gaan, terwijl ik juist vind dat je als journalist hier niet voor moet weglopen. Ik luister deze keer niet naar mijn vrouw.”