Ajax wás Amsterdam-Oost. Waar in de stad hangt nu de ziel van de club?

Cruijff is terug bij Ajax. Nou ja, zoon Jordi. Met dezelfde initialen – J.C. – waarmee zijn vader gold als ‘de verlosser’. Die kan de club nu wel gebruiken. Ik verlang soms terug naar de jaren dat Ajax in Oost speelde.

Ajax begon in 1900. Het is vrij onbekend dat de eerste zeven seizoenen zich afspeelden in Noord. Het eerste terrein van Ajax lag ter hoogte van de latere Ritakerk op het huidige Hagedoornplein. In 1907 verhuisde de club naar de Middenweg in de gemeente Watergraafsmeer, toen nog geen Amsterdam. Een wonderlijke toevalligheid is dat het terrein in Noord óók aan de Middenweg lag, de Amsterdamse. Deze laatste werd na de annexatie van de Watergraafsmeer in 1921 omgedoopt tot Hagedoornweg.

Houten stadion
In de Watergraafsmeer werd het eerste terrein geopend in 1907. Dat lag op de plek van de inham waar nu het Christiaan Huygensplein is. Daar kwam een houten stadion dat vanaf 1911 om het hoofdveld werd gebouwd. Met 14.000 toeschouwers zat het al vol. In 1934 verhuisde Ajax verderop aan diezelfde Middenweg naar een nieuw complex. Stadion De Meer groeide uit naar een toeschouwerscapaciteit van meer dan 27.000. Een bakstenen hoofdgebouw met het trainingsveld ervoor. Het gouden Ajax bracht hier drie keer de cup met de grote oren binnen. Ik denk weemoedig aan dit stadion terug omdat ik er mijn eerste Ajax-wedstrijden zag. Van 1990 tot 1992 kwam ik als vaste Ajax-reporter regelmatig over de vloer in dit knusse stadion. Voor een lokale sportkrant interviewde ik de godenzonen, de opkomende generatie Bergkamp-De Boer. Alweer dertig jaar geleden vertrok Ajax naar de ArenA in Zuidoost. De club begon daar direct na een tweede bloeiperiode, want in 1995 won Ajax de Champions League van AC Milan. Een jaar later haalde Ajax nogmaals de belangrijkste finale. Het waren voorlopig de laatste grote internationale successen.

Ziel
Ajax wás Oost. Met een paar bruggetjes die vernoemd zijn naar voormalige Ajax-spelers en een middenstipmonument, ademt op die plek alleen nog de nostalgie. Misschien dat de club daarom begin dit seizoen het Ajax-paspoort introduceerde. Spelers en medewerkers van de club krijgen het. Kennelijk is deze identiteitsverklaring nodig om de ziel van de club te beschrijven. Een dappere poging om iets ongrijpbaars weer tastbaar te maken. Je kunt je afvragen – niet provocerend bedoeld – waar in Amsterdam de Ajax-ziel nu hangt. Leeft die bijvoorbeeld nog in Oost, of is die meeverhuisd naar Zuidoost? Wie tegenwoordig voor de uit beton en glanzend kunststof opgetrokken ArenA staat, voelt een ander Ajax dan vroeger. Het publiek komt uit alle provincies, de spelers vanuit de hele wereld. De ziel van Ajax is verspreid geraakt over stad en land (het woord uitstrooien gebruik ik bewust niet). Ik ken nogal wat jeugdige Amsterdammers die niks met de club hebben. De club knokt onder leiding van Óscar García voor een troostprijs – de tweede plaats in de eredivisie. Wie weet, als Ajax snel weer eens kampioen wordt en een Europese finale haalt, dat de waakvlam weer in de pan slaat. En anders moeten we maar een knus houten stadion gaan bouwen.

Foto: Middenstipmonument in Park de Meer.