Genieten

Ik opende de deur naar Podium Genieten in winkelcentrum Oostpoort. Ik heb het altijd een wat rare naam gevonden. Maar in een buurt met straatnamen als Eldorado, Utopia, Nirwana en Arcadia klopt het misschien wel.
Podium Genieten bevindt zich op de begane grond van het stadsdeelkantoor Oost, en ik kwam om deel te nemen aan een informatieavond over de inrichting van de zogenaamde ‘groenstroken’.
Dat is hard nodig, die groenstroken, want sinds de Vooruitgang zich een paar jaar geleden heeft gemeld in onze buurt, zijn zo goed als alle bomen omgezaagd en is alle groen weggebulldozerd. Straten werden opgebroken. Mannen in oranje werkpakken groeven metersdiepe sleuven waar dikke zwarte buizen in werden gelegd: zo sluiten ze ons aan op ‘stadswarmte’. En we hoeven ons geen zorgen te maken, juichen de folders: over een paar jaar kunnen we allemaal genieten van warmte en warm water zonder gas te verstoken.

Ik ben erg voor de Vooruitgang, maar er ook altijd een beetje huiverig voor. Geheel terecht, zo bleek, want wat je voor je kiezen krijgt als de stadswarmte komt, is niet mals. Vanaf ’s ochtends zeven uur davert en trilt je huis onder het geraas van vrachtwagens, draglines en trilplaten. Stinkende dieselgeneratoren staan dag en nacht te ronken voor je deur, zodat je het idee hebt dat je op een stoomschip slaapt.

Ja, ik overdrijf. Maar niet heel veel.

Gelukkig wordt uiteindelijk alles beter, zo hoorden we op de informatiebijeenkomst.
Zo krijgen we meer groen. En we mogen ons zelfs tegen dat groen aan bemoeien. Dit zorgde op de informatieavond voor veel hilariteit, want bewoners konden tot in detail vragen stellen over welke bomen nu wel of geen halsbandparkieten aantrokken, welke struiken zorgen voor die plakkerige luizenstront en of ratten nu wel of niet van ‘prikkebosjes’ houden.

Het engelengeduld van de ambtenaren was bewonderenswaardig. Ik zag onze democratie in actie, op microniveau, en ik genoot. Maar dat gold niet voor iedereen: één buurtbewoner beklaagde zich over het feit dat het aantal parkeerplaatsen drastisch was gedaald. Nu moest hij nog verder op zoek naar een parkeerplek.
‘Dit is gewoon autopesten!’ riep hij.
Volgens de ambtenaren was dit helaas een gepasseerd station. De gemeente ‘stond al jaren op standje autoluw’. Dit was nu eenmaal beleid. Schuimbekkend verliet de buurtgenoot de zaal. Wat konden hem die verdomde groenstroken schelen? Hij wilde zijn auto kwijt.
Dus ja: het was genieten, maar zoals zo vaak in de democratie: niet voor iedereen.

Column, Jaap Boots