Nachtmerries

Gisteren had ik een nachtmerrie. Ik deed examen voor de zwarte band karate. Toen ik de rol met prachtige Japanse kalligrafie in ontvangst nam, bleek dit geen diploma te zijn maar een klap voor mijn kop. Er stond: ‘totaal gefaald, alles ging fout’.

Nu had ik blij kunnen zijn dat ik kennelijk opeens zo goed Japans kon lezen maar ik was woest. Wat een Japanse klotestreek (en nu ben ik heel mild voor een Koreaan)!

Je hoeft geen psycholoog te zijn om in te schatten dat ik nogal zenuwachtig ben voor mijn examen. Ik ben jaloers op de kinderen bij wie mijn therapie aanslaat. Ikzelf ben nogal therapieresistent. Ik leer onzekere kinderen te werken met ‘helpende gedachtes’. Dus niet denken: ‘Ik kan er helemaal niets van’, maar: ’Ik moet hard werken om dit te kunnen, maar ik kan hard werken, want ik ben een doorzetter’.
Als ik aan mijn examen denk, denk ik: ‘Ik kan er niets van, ik ga op mijn bek en ik ben ook eigenlijk te oud om het nog ooit te leren’. Oei oei oei, als ik mijzelf in therapie had, werd ik wanhopig.
En weet je wat kinderen ook heel goed kunnen: dromen verzinnen. Zo had ik een meisje dat steeds maar weer nachtmerries had over een ongeluk dat zij had gehad. Ik heb met haar gewerkt om dit ongeluk te verwerken. Toen zij afsloot, kreeg ik uitgebreide en behulpzame feedback.
Dat lijkt trouwens wel één van de kerncompetenties van veel IJburgse kinderen: lekker kunnen kletsen. Als je op Google zou zoeken op ‘IJburg+kind+niet+mondje+gevallen’, zou je duizenden hits verwachten. Maar het is hier zo gewoon, het is geen nieuws meer.
Het meisje vertelde mij: ‘Al die technieken enzo hebben wel een beetje geholpen hoor’ – ze bouwde het op – ‘maar wat eigenlijk het meest heeft geholpen is het samen dromen maken’. In plaats van de nachtmerrie hard op straat te vallen, verzon ze een droom dat ze werd opgevangen door duizenden roze vlinders die haar zacht in haar bed tilden. Ik hielp haar via geleide fantasie deze droom in haar hoofd te planten en zichzelf de opdracht te geven dit te gaan dromen. De nachtmerries gingen over en het meisje stond met een glimlach op.

Kinderen komen bij mij om wat te leren. Maar het mooie is dat ik net zo vaak wat van hen leer.